ECLI:NL:GHARL:2020:2549

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 maart 2020
Publicatiedatum
25 maart 2020
Zaaknummer
Wahv 200.257.651/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 7:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking snelheidsovertreding wegens ontbreken bewijsfoto

De betrokkene kreeg een sanctie van €373 opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 37 km/u op de A2. Hij betwistte de snelheid en vroeg om bewijs, waaronder een foto van de snelheidsmeter die door de ambtenaar zou zijn gemaakt. Deze foto ontbrak echter in het dossier en bleek verloren.

De ambtenaar verklaarde dat hij de foto niet meer kon leveren omdat het systeem slechts een half jaar terug kon zoeken. De betrokkene had het recht om de op de zaak betrekking hebbende stukken te ontvangen, waaronder de foto, om de sanctie te kunnen betwisten. De officier van justitie had de foto tijdig moeten toevoegen, maar deed dit pas na herhaald verzoek en kon de foto uiteindelijk niet verstrekken.

Omdat de foto ontbreekt en de betrokkene de overtreding gemotiveerd betwist, oordeelt het hof dat het bewijs onvoldoende is. Het hof vernietigt daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter, verklaart het beroep gegrond en restituueert het door de advocaat-generaal gestelde zekerheid.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens ontbreken van de foto als bewijsstuk.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.257.651/01
CJIB-nummer
: 211671973
Uitspraak d.d.
: 25 maart 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 30 augustus 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 373,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 37 km/h (verkeersbord A3)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2017 om 13:26 uur op de A2 in Roosteren met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene voert – samengevat – aan dat hij grote twijfels heeft bij de wijze waarop de ambtenaar, zonder hulp, de snelheidsmeting heeft verricht. Het zou best mogelijk zijn dat hij op dat moment te snel heeft gereden, maar zijn snelheid was echter niet zo hoog als de agent opgeeft. Uit de opmerking van de ambtenaar in het zaakoverzicht dat er een foto is gemaakt van de snelheidsmeter, concludeert de betrokkene dat de ambtenaar rijdend achter hem een foto heeft gemaakt. Dit betreft geen betrouwbare snelheidsmeting en is evenmin gedegen bewijs van de gereden snelheid, aldus de betrokkene. De betrokkene verzoekt om bewijs hoe de snelheid is gemeten, met welke apparatuur, over welke afstand en wat de afstand tot zijn voertuig was. Verder vraagt hij om een kopie van het meetrapport, het ijkrapport en een bewijs dat deze meetapparatuur betrouwbaar is te bedienen door slechts één agent die ook gelijktijdig het meetvoertuig bestuurt. Daarnaast vraagt hij (nogmaals) om een kopie van de gemaakte foto van de snelheidsmeter. De betrokkene voert verder nog aan dat de verklaring van de ambtenaar ongeloofwaardig is, aangezien hij verklaart over een afstand van 1.200 meter met een tussenafstand van slechts 10 meter (!) met een snelheid van 150 km/h achter hem heeft gereden. Volgens de betrokkene klopt de zaak gewoon niet en blijft hij zich daarom verzetten tegen de aan hem opgelegde sanctie.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 150 km per uur.
Snelheid volgens kalibratietabel: 142 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 137 km per uur.
Toegestane snelheid: 100 km per uur.
Meetafstand: 1.200 m.
Tussenafstand: 100 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 30-01-2018
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van het College van Procureurs-Generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid, volgens de kalibratietabel van het dienstvoertuig. (…)
Opmerkingen ambtenaar 1: Ik maakte een foto van de snelheidsmeter. Die wordt bijgevoegd.”
5. In het aanvullend proces-verbaal van 24 mei 2018 heeft de ambtenaar die de onderhavige gedraging heeft geconstateerd – zakelijk weergegeven – (desgevraagd) verklaard dat de foto’s die genoemd zijn in het zaakoverzicht niet meer in zijn bezit zijn, nu hij niet verder dan een half jaar terug kan zoeken in het (politie)systeem.
6. In de onderhavige zaak heeft de betrokkene in zijn administratief beroepschrift d.d.
14 november 2017 verzocht om bewijs van de gedraging. Artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij de officier van justitie. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om de opgelegde sanctie op basis daarvan te betwisten. Het is vaste rechtspraak van het hof dat daaronder in Wahv-zaken moet worden begrepen het zaakoverzicht en – indien aanwezig – een foto van de gedraging (vgl. het arrest van dit hof van 28 september 2015, ECLI:NL:GHARL: 2015:7246). Het betreft de stukken waarin de voor de sanctieoplegging relevante gegevens (moeten) zijn vermeld respectievelijk die de ambtenaar voor de oplegging van de sanctie heeft gebruikt.
7. Gelet op het vorenstaande had de officier van justitie ervoor zorg dienen te dragen dat de foto van de snelheidsmeter aan de op de zaak betrekking hebben stukken werd toegevoegd en dat de betrokkene de beschikking kreeg over een afschrift van die foto. Uit het dossier blijkt evenwel niet dat de officier van justitie dat heeft gedaan. De officier van justitie heeft pas naar aanleiding van het aan de kantonrechter gerichte beroepschrift, door de officier van justitie ontvangen op 29 januari 2018, waarin wederom door de betrokkene is verzocht om de foto, de desbetreffende foto opgevraagd bij de ambtenaar. Dit is eerst bij brief van 15 mei 2018 gedaan. De foto kon, zo schrijft de ambtenaar, in verband met het tijdsverloop op dat moment niet meer worden verstrekt. Het hof stelt vast dat indien de officier van justitie gevolg had gegeven aan het in administratief beroep gedane verzoek van de betrokkene van 14 november 2017, dan wel sneller had geacteerd na het beroepschrift aan de kantonrechter, de foto aan het dossier toegevoegd had kunnen worden.
8. Nu de foto van de snelheidsmeter zich niet bij de op de zaak betrekking hebbende stukken bevindt en de betrokkene de gedraging gemotiveerd heeft betwist, zal het hof daaraan de gevolgtrekking verbinden dat de inleidende beschikking wordt vernietigd. De overige bezwaren van de betrokkene behoeven nu geen bespreking meer.
9. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.