De betrokkene is beboet voor het parkeren voor een in- en uitrit op 17 april 2018 te Huizen. Zij erkent naast een talud te hebben geparkeerd, maar betwist dat er sprake is van een in- of uitrit, omdat de bewoners geen oprit hebben en de tuin met een haag niet berijdbaar is. Zij heeft foto's overgelegd ter onderbouwing.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigt deze beslissing. Het hof overweegt dat de uitmonding van het pad op de doorgaande weg duidelijk herkenbaar is als in- en uitrit, mede door het doorlopende trottoir en de aanwezigheid van inritblokken. De bestemming hoeft niet altijd direct duidelijk te zijn; de constructie en herkenbaarheid zijn doorslaggevend.
Daarom is de overtreding van artikel 24, eerste lid, onder b, RVV 1990 vastgesteld en de opgelegde sanctie van €95 terecht. De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.