ECLI:NL:GHARL:2020:2659

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 april 2020
Publicatiedatum
1 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.067/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 WahvArt. 3, tweede lid WahvArt. 7:18 AwbArt. 11, vijfde lid WahvHoofdstuk 5 Regeling Voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter wegens ontbrekende dossierstukken in Wahv-zaak over niet-gasdichte uitlaat

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd voor het rijden met een voertuig waarvan de uitlaat niet over de gehele lengte gasdicht was. Hij ontkende de overtreding en voerde aan dat de constatering enkel gebaseerd was op subjectieve waarneming zonder meetapparatuur. Ook stelde hij dat hij geen inzage had gekregen in mogelijk ontlastend beeldmateriaal, dat pas in hoger beroep werd toegevoegd.

Het hof stelde vast dat de foto’s van de gedraging niet in het dossier zaten tijdens de behandeling door de kantonrechter en de officier van justitie, wat in strijd is met artikel 10 Wahv Pro en artikel 7:18 Awb Pro. Hierdoor konden deze instanties de foto’s niet betrekken bij hun beslissing, wat tot vernietiging van hun besluiten leidt.

Het hof oordeelde verder dat de ambtenaar de overtreding zelf had waargenomen en dat het ontbreken van meetapparatuur niet onrechtmatig was, aangezien de RDW-richtlijnen visuele en auditieve controle voorschrijven. De betrokkene had onvoldoende bewijs geleverd dat de uitlaat gasdicht was. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd daarom ongegrond verklaard.

De procedure benadrukt het belang van een volledig dossier met alle relevante stukken bij administratiefrechtelijke handhaving en bevestigt dat het ontbreken daarvan kan leiden tot vernietiging van beslissingen.

Uitkomst: Beslissingen kantonrechter en officier van justitie vernietigd wegens ontbrekende foto’s in dossier; beroep tegen inleidende beschikking ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.250.067/01
CJIB-nummer
: 214593741
Uitspraak d.d.
: 1 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 25 oktober 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 februari 2018 om 16.58 uur op de Duinkerkenstraat in Groningen met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert hiertoe aan dat de overtreding enkel gebaseerd is op de subjectieve waarneming van de verbalisant, er is geen meetapparatuur gebruikt. De uitlaat was zeer recent vervangen en dus in zo goed als nieuwstaat. Er is kit gebruikt op de overgangspunten, juist om ook deze punten gasdicht te maken. De betrokkene heeft een kopie van een factuur van een uitlaat, gedateerd 16 november 2017, overgelegd. De auto was de dag voorafgaand aan de staandehouding APK goedgekeurd.
De betrokkene stelt voorts in zijn verdediging te zijn belemmerd omdat hij geen inzage heeft gekregen in (mogelijk ontlastend) beeldmateriaal dat van de auto is gemaakt tijdens het onderzoek. Pas bij het verweerschrift zijn er foto’s overgelegd. Deze foto’s laten een uitlaat zien, aan de achterkant van het voertuig, hetgeen niet strookt met de verklaring van de verbalisant dat er gas uit het midden van de uitlaat kwam. Uit de foto’s blijkt bovendien niet dat zij zijn gemaakt van de auto van de betrokkene, nu zij niet gewaarmerkt zijn. De betrokkene vindt het voorts kwalijk dat pas bij verweerschrift is gebleken dat de persoon die het technisch onderzoek onder de auto verrichtte geen agent maar een medewerker van de RDW is geweest.
De betrokkene is door de verbalisant gevorderd dan wel uitgenodigd om onder de auto te komen en heeft daarbij bijna zijn gezicht verbrand aan de uitlaat. Bovendien vindt de betrokkene het onzorgvuldig dat hij wordt aangemerkt als bestuurder van een motorvoertuig op twee wielen, terwijl zijn auto vier wielen heeft.
3. Voor zover de betrokkene klaagt dat hij als gevolg van de uitnodiging van de ambtenaar om plaats te nemen onder de auto, bijna zijn gezicht heeft verbrand, overweegt het hof dat in de onderhavige procedure slechts de vraag kan en mag worden beantwoord of de betrokkene de gedraging heeft verricht en of er redenen zijn om tot matiging van het bedrag van de opgelegde sanctie over te gaan. Voor klachten over de bejegening of het gedrag van de ambtenaar kan de betrokkene zich desgewenst wenden tot de chef van de eenheid waarvan de betreffende ambtenaar deel uitmaakt.
4. Het hof constateert dat in het zaakoverzicht de categorie weggebruiker onjuist is vermeld, namelijk “bestuurder van motorvoertuig op twee wielen” , terwijl dit een motorvoertuig op meer dan twee wielen moet zijn. Het hof beschouwt deze onjuistheid als een kennelijke verschrijving, die als verbeterd kan worden gelezen. Hoewel dit slordig is te noemen, is niet gebleken dat de betrokkene hierdoor in zijn belangen is geschaad, nu verderop in het zaakoverzicht als soort voertuig personenauto staat vermeld en het de betrokkene ook duidelijk was om welke gedraging het ging.
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: ik, verbalisant, hoorde dat de uitlaat van het genoemde voertuig niet gasdicht was. Tijdens de controle voelde ik met mijn hand dat er gas uit het midden van de uitlaat kwam. (…) Bijlagen: een fotografische opname. (…)
Verklaring betrokkene: de kit die ik gebruikt heb om de uitlaat dicht te maken is los gegaan. Het zijn nieuwe materialen. Ik vind deze boete geen redelijk oordeel.”
7. Door de advocaat-generaal is een proces-verbaal van 8 april 2019 overgelegd. De hierin opgenomen ambtsedige verklaring van de ambtenaar (werkzaam bij het Team Verkeer van de politie eenheid Noord-Nederland) houdt onder meer het volgende in:
“Op 16 februari 2018, bevond ik mij, omstreeks 17:00 uur, op het keuringsstation van de RDW te
Groningen. Ik was in uniform gekleed en belast met controle en afhandeling van voertuigen welke door collega motorrijders werden aangevoerd i.v.m. controle op naleving van de permanente eisen van de Regeling Voertuigen. Door collega motorrijder, [B] , werd toen een groene Golf met het kenteken: [YY-YY-00] naar binnen gebracht ter controle van de permanente eisen zoals gesteld in hoofdstuk 5 van de Regeling Voertuigen.
Werkwijze controle:
Het te onderzoeken voertuig wordt voor een nauwkeurige technische controle “boven de put” gereden in de hal van het keuringsstation van de RDW te Groningen. (…) Tijdens deze controle worden wij ondersteund door technisch controleurs van de RDW, allen bevoegd en opgeleid APK keurmeester en in dienst bij de RDW te Groningen. Samen met één controleur van de RDW heb ik het voertuig aan de onderzijde gecontroleerd. Tijdens de controle stelde ik, samen met één van de controleurs van de RDW, vast dat de uitlaat niet gasdicht was. Ik voelde met mijn hand dat er gas uit het midden van de uitlaat kwam.
(…)
In geen enkel geval heb ik de bestuurder, dan wel eigenaar, van een voertuig gevorderd om onder de
auto te komen kijken. Het is echter wel gebruikelijk dat wij, op het moment dat wij samen met een
controleur van het RDW, een overtreding omtrent de permanente eisen (hoofdstuk 5 Regeling
Voertuigen) hebben waargenomen, de bestuurder, dan wel eigenaar, uitnodigen een kijkje te nemen
onder de auto. Wij nodigen de bestuurder, dan wel eigenaar, uit om in de put’ te komen. Belangrijkste doel van deze uitnodiging is de bewustwording die wij bij een bestuurder, dan wel eigenaar, willen bereiken. Op deze manier willen wij bereiken dat de bestuurder, dan wel eigenaar, zelf kan waarnemen wat er aan de hand is. (…)
Bijlage:
Fotografische opnames (2) niet gasdichte uitlaat (groene Golf, kenteken: [YY-YY-00] )”
8. Bij dit proces-verbaal zijn 2 zwart-wit foto’s gevoegd, waarop een uitlaat te zien is en waarbij op de verbindingsstukken een soort kit te zien is.
9. Het hof stelt vast dat in het zaakoverzicht wordt gemeld dat er een fotografische opname zou zijn. Deze foto(‘s) bevond(en) zich echter niet in het dossier. Pas in hoger beroep zijn de betreffende foto’s aan het dossier toegevoegd. De betrokkene heeft eerder in de procedure reeds verzocht om de onderliggende stukken.
10. Artikel 7:18, vierde lid, van de Awb voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij de officier van justitie. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om de opgelegde sanctie op basis daarvan te betwisten. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat daaronder in Wahv-zaken moet worden begrepen het zaakoverzicht en - indien aanwezig - een foto van de gedraging (vgl. het arrest van dit hof van 28 september 2015, ECLI:NL:GHARL: 2015:7246). Het betreft de stukken waarin de voor de sanctieoplegging relevante gegevens (moeten) zijn vermeld respectievelijk die de ambtenaar voor de oplegging van de sanctie heeft gebruikt. Over deze gegevens moet de officier van justitie, bij de beslissing op het administratief beroep, (kunnen) beschikken, onafhankelijk van hetgeen in administratief beroep is aangevoerd. Deze stukken behoren daarom deel uit te maken van het dossier en moeten desgevraagd aan de betrokkene worden verstrekt door de officier van justitie.
11. In de procedure van beroep bij de kantonrechter is de wijze waarop de betrokkene de beschikking kan krijgen over op de zaak betrekking hebbende stukken geregeld in artikel 11, vijfde lid, van de Wahv. Ingevolge dit artikellid worden alle op een beroepschrift betrekking hebbende stukken, nadat zekerheidstelling heeft plaatsgevonden, neergelegd ter griffie van de rechtbank en wordt de betrokkene daarvan mededeling gedaan. Hij kan deze stukken inzien en/of een afschrift ervan vragen. Ook deze bepaling brengt mee dat indien er een foto van de gedraging is, deze dient te behoren tot de stukken van het dossier. Voor de compleetheid van het dossier dient de officier van justitie zorg te dragen. Deze moet, ingevolge artikel 10 van Pro de Wahv, het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank brengen.
12. Nu in het onderhavige geval de foto’s van de gedraging pas in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd, heeft de kantonrechter, en mogelijk ook de officier van justitie, bij de beoordeling van het beroep geen acht kunnen slaan op deze foto. Het hof zal om die reden de beslissingen van de kantonrechter en de officier van justitie vernietigen.
13. Ter beoordeling van het hof is nu het beroep tegen de inleidende beschikking.
14. Anders dan de betrokkene meent, blijkt uit het onder 7. genoemde proces-verbaal niet dat (enkel) de medewerker van de RDW de controle heeft verricht, maar blijkt dat de ambtenaar deze controle samen met een controleur van de RDW de controle heeft verricht. De ambtenaar heeft de gedraging dus zelf waargenomen.
15. De betrokkene stelt dat uit de bij het proces-verbaal gevoegde foto’s niet blijkt dat deze horen bij zijn auto. Uit de foto’s blijkt inderdaad niet wanneer deze zijn genomen en van welke auto de getoonde uitlaat is, maar in het proces-verbaal heeft de verbalisant wel aangegeven dat dit fotografische opnames zijn van een niet gasdichte uitlaat van een groene Golf met kenteken
[YY-YY-00] . Het hof ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen.
16. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene voor het overige heeft aangevoerd over de foto’s ook geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de uitlaat niet gasdicht was. De ambtenaar heeft auditief waargenomen dat de uitlaat niet over de gehele lengte gasdicht was en heeft dit vervolgens gecontroleerd en met zijn hand gevoeld dat er gas uit de uitlaat kwam. Dat dit uit het midden van de uitlaat kwam, terwijl de foto’s van de achterzijde van de uitlaat zouden zijn, is niet relevant voor de vaststelling van de gedraging.
17. Voorts is het - anders dan de betrokkene meent - niet verplicht of noodzakelijk om een meetmiddel te gebruiken voor het vaststellen van het gasdicht zijn van de uitlaat. Uit de (door de advocaat-generaal bij verweerschrift overgelegde) richtlijnen van de RDW, opgenomen in het APK Handboek, blijkt dat de wijze van keuren van het uitlaatsysteem op dit punt bestaat uit een visuele en auditieve controle, terwijl de personenauto zich met draaiende motor boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Dit is ook de wijze waarop in dit geval de controle is uitgevoerd.
18. Door de betrokkene is niet aannemelijk gemaakt dat de uitlaat over de gehele lengte gasdicht was door bijvoorbeeld een specificatie van een controle door een garage over te leggen. De enkele omstandigheid dat de betrokkene een factuur heeft overgelegd van een 3 maanden voor de gedraging aangeschafte RVS Sporteinddemper, acht het hof niet afdoende. Nog afgezien van het feit dat uit deze factuur niet blijkt dat deze onder de auto was gemonteerd, blijkt hieruit niet dat de uitlaat over de gehele lengte gasdicht was. Voorts stelt de betrokkene weliswaar dat de auto de dag voor de staandehouding APK was goedgekeurd, maar heeft hij hiervan geen stukken overgelegd.
19. Nu de betrokkene voor het overige geen voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar, noch uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
20. Het beroep tegen de inleidende beschikking zal derhalve ongegrond worden verklaard.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.