Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
EU savings tax – Authorization for the Voluntary Disclosure’.
Die erbetenen Auskünfte
.
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en vergrijpboeten opgelegd over de jaren 2005 tot en met 2014 vanwege verzwegen buitenlandse bankrekeningen bij [C] en andere banken. De rechtbank had de boeten verminderd op grond van toepassing van de inkeerregeling en matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Inspecteur stelde in hoger beroep dat geen sprake was van vrijwillige inkeer ten aanzien van de bij [C] aangehouden gelden, omdat belanghebbende materieel onder het groepsverzoek viel en de Belastingdienst derhalve bekend was met zijn rekening. Het hof oordeelde dat belanghebbende formeel niet onder het groepsverzoek viel, dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door nader onderzoek bekend zou worden met de rekening, en dat de media-aandacht niet voldoende was om het vermoeden van bekendheid te rechtvaardigen.
Het hof concludeerde dat belanghebbende op het moment van inkeer (30 juni 2016) niet wist en ook niet redelijkerwijs hoefde te vermoeden dat de Inspecteur met de bankrekening bij [C] bekend was of zou worden. Hierdoor kon belanghebbende een geslaagd beroep doen op de inkeerregeling. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank, handhaafde de boeten over 2005-2013 en vernietigde de boete over 2014.
Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van €301,50. De uitspraak is gedaan door de eerste meervoudige belastingkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 7 april 2020.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geslaagd beroep doet op de inkeerregeling en verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.