Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2007, die sinds mei 2018 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling vanwege ernstige zorgen over zijn ontwikkeling en de verstoorde relatie tussen ouders.
De rechtbank had in juli 2018 een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige voornamelijk bij de vader verblijft, met aanpassingen mogelijk door de gezinsvoogd. In juni 2019 werd een forensisch onderzoek gelast om de communicatie tussen ouders te verbeteren, waarbij de voorlopige zorgregeling werd voortgezet.
De moeder stelde in hoger beroep dat de regeling moest worden aangepast omdat de minderjarige inmiddels naar de middelbare school in haar woonplaats gaat en de vader elders woont. Het hof oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn voor wijziging, mede gelet op het belang van het lopende deskundigenonderzoek en de loyaliteitsproblematiek.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank, verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelt de moeder in de proceskosten van het hoger beroep. De procedure wordt als niet in het belang van de minderjarige beoordeeld.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de moeder af en bekrachtigt de voorlopige zorgregeling tussen vader en minderjarige.