Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, raadslid van een gemeente, kreeg voor 2013 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij de inspecteur geen aftrek van kosten toestond en het inkomen verhoogde. De inspecteur baseerde zich op een zogenoemde opting-in regeling waarbij de arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt behandeld, waardoor geen kostenaftrek mogelijk is.
Belanghebbende voerde aan dat voor 2013 geen geldige opting-in verklaring was ingediend. Het hof oordeelde dat door de onderbreking van het raadslidmaatschap in 2010/2011 een nieuwe arbeidsverhouding ontstond waarvoor een nieuwe verklaring vereist is. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat deze verklaring voor 2013 was ingediend.
Daarom kwalificeert het hof de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden, waardoor aftrek van kosten mogelijk is. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, matigde de aanslag en de belastingrente en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
De mondelinge behandeling vond plaats op 4 maart 2020, waarbij belanghebbende niet verscheen wegens gezondheidsproblemen. Het hof besloot op basis van het dossier en de stukken. De uitspraak werd op 31 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere uitspraak en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 50.111 inclusief aftrek van kosten.