ECLI:NL:GHARL:2020:2798

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2020
Publicatiedatum
7 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.252.212/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren buiten parkeervak ondanks betoog over gedoogbeleid

De betrokkene is in hoger beroep gegaan tegen een sanctie van €95,- opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod (bord E1) op 13 februari 2018. Hij erkent dat zijn voertuig buiten een parkeervak stond, maar voert aan dat er in de wijk structureel te weinig parkeervakken zijn en dat er alleen bij ernstige overlast wordt gehandhaafd. Daarnaast stelt hij dat zijn voertuig geen overlast veroorzaakte voor de brandweer vanwege voldoende afstand tot een brandkraan.

De verbalisant wijzigde tijdens het beroep de handhavingsreden van parkeeroverlast bij de brandkraan naar het overtreden van het parkeerverbod. Het hof oordeelt dat de sanctie terecht is omdat het parkeren buiten de vakken in een parkeerverbodszone een overtreding is, ongeacht de parkeersituatie in de wijk. De betrokkene kan zich tot de gemeente wenden voor een structurele oplossing.

Hoewel er mogelijk sprake is van een gedragslijn om niet altijd handhavend op te treden, betekent dit niet dat de sanctie onterecht is. Het hof hecht meer waarde aan de door de ambtenaar bij duisternis gemaakte foto dan aan de door de betrokkene overgelegde daglichtfoto. De kantonrechter heeft de sanctie terecht gehandhaafd en het hof bevestigt deze beslissing.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95,- voor parkeren buiten een parkeervak binnen een parkeerverbodszone.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.252.212/01
CJIB-nummer
: 214466902
Uitspraak d.d.
: 7 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 6 november 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De betrokkene is het er niet mee eens dat de kantonrechter zijn bezwaren tegen de inleidende beschikking niet heeft gehonoreerd. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1).” Deze gedraging zou zijn verricht op 13 februari 2018 om 04:36 uur op de Geerdinkhof in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene erkent dat zijn voertuig binnen de verbodszone buiten een parkeervak heeft gestaan, hij parkeert zijn auto al 8 jaar op die plek en voert argumenten aan waarom hij vindt dat er desondanks geen sanctie had mogen worden opgelegd. Er zijn in de wijk veel te weinig openbare parkeervakken en er staan dagelijks vele voertuigen buiten een vak geparkeerd. Er wordt in de wijk alleen maar gehandhaafd in geval van erge overlast. De sanctie is opgelegd omdat de parkeeroverlast het parkeren voor een bovengrondse brandkraan betrof. Echter de brandweer heeft de betrokkene desgevraagd meegedeeld dat 1 meter afstand dient te worden gehouden van een brandkraan, dat was het geval, en dat zijn voertuig geen overlast veroorzaakt als de brandweer de kraan nodig zou hebben. Het door de verbaliserend ambtenaar aangevoerde argument voor de parkeeroverlast is dus niet terecht. Geconfronteerd met de informatie van de brandweer zei de verbalisant dat de betrokkene maar in beroep moest gaan. Vervolgens wijzigt de ambtenaar bij het beroep de reden van zijn handhavend optreden. Hij verklaart in het proces-verbaal dat de brandkraan wel heeft meegespeeld in zijn beslissing maar dat de betrokkene gewoon het parkeerverbod heeft overtreden. Het verbaast de betrokkene dat dit kan en dat de officier van justitie dat accepteert. Ook vindt de betrokkene dit onvoldoende transparant en onduidelijk richting degene die zich wil verdedigen tegen de opgelegde sanctie. Als de ambtenaar het parkeerverbod wilde handhaven kun je je afvragen waarom voor de andere auto’s die op die avond verkeerd geparkeerd stonden geen sanctie is opgelegd. Ter onderbouwing zijn diverse bijlagen bij het beroepschrift gevoegd.
3. Het verwijt dat de betrokkene wordt gemaakt is niet dat zijn auto naast een brandkraan of gevaarlijk of hinderlijk stond geparkeerd, maar dat de auto in een parkeerverbodszone buiten de aangegeven vakken geparkeerd stond. Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan het met zone bord E1 aangeduide parkeerverbod. Dit brengt mee dat aan de betrokkene elke keer dat met zijn auto het parkeerverbod wordt overtreden een sanctie kan worden opgelegd. De omstandigheid dat er in de buurt structureel te weinig parkeervakken zijn, rechtvaardigt niet dat buiten de parkeervakken is geparkeerd. Voor een oplossing van dat probleem kan de betrokkene zich desgewenst tot de gemeente wenden.
4. De enkele opmerking van de wijkagent dat er in het verleden vaak niet is gehandhaafd terwijl er wel veel personenauto's niet juist geparkeerd staan, brengt op zichzelf niet mee dat er sprake is van een gedoogbeleid. Wel zou hieruit kunnen worden afgeleid dat sprake is (geweest) van een bestaande gedragslijn om niet handhavend op te treden bij alleen maar onjuist geparkeerd staande auto's.
5. De ambtenaar heeft bij zijn beslissing om een sanctie op te leggen blijkens de tekst op het briefje aan de auto en het door hem opgemaakte proces-verbaal echter laten meewegen dat de brandkraan, waar de auto naast stond, onvoldoende werd vrijgehouden. Het hof deelt niet de visie van de betrokkene dat het argument dat de brandkraan onvoldoende werd vrijgehouden geen stand houdt. Al hetgeen de betrokkene daartegen aanvoert, is gebaseerd op een door hemzelf bij daglicht gemaakte foto. Op die foto is te zien dat de buitenzijde van het linker achterwiel van zijn auto
overeen voeg tussen twee tegels staat. Op de door de ambtenaar bij duisternis gemaakte foto van de gedraging, is te zien dat er weinig straatverlichting is en dat de buitenzijde van het linker achterwiel van de auto
tegende voeg tussen twee stoeptegels aan staat. Dat de auto op de foto van de betrokkene op exact dezelfde plaats stond als op de foto van de ambtenaar staat niet vast. Aan de foto van de betrokkene en al hetgeen daarop wordt gebaseerd, komt daarom niet de door de betrokkene gewenste waarde toe.
6. De ambtenaar heeft voldoende duidelijk gemaakt waarom hij -in weerwil van de bestaande gedragslijn- tot oplegging van de sanctie is overgegaan.
7. Nu hetgeen de betrokkene aanvoert geen aanleiding vormt om het opleggen van een sanctie achterwege te laten of het bedrag ervan te matigen, heeft de kantonrechte een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Het hof zal die beslissing bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.