Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of appellant recht heeft op doorbetaling van 100% van zijn loon tijdens arbeidsongeschiktheid, conform de cao technisch installatiebedrijf. De cao bepaalt dat na zes maanden ziekte 90% van het loon wordt doorbetaald, tenzij re-integratiewerkzaamheden worden verricht, dan is 100% doorbetaling verschuldigd. Appellant was sinds januari 2016 arbeidsongeschikt en stelde dat hij recht had op volledige loonaanvulling.
Het hof stelde vast dat appellant niet voldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk re-integratiewerkzaamheden verrichtte in de betwiste maanden. De werkgever had echter ook niet tijdig en adequaat invulling gegeven aan zijn re-integratieverplichtingen, zoals blijkt uit een deskundigenrapport van het UWV en de late inzet van het tweede spoor re-integratie.
Hoewel artikel 7:628 BW Pro niet van toepassing is omdat appellant door ziekte niet kon werken, is de werkgever op grond van artikel 7:658a BW schadeplichtig wegens toerekenbare tekortkoming in re-integratie. Het hof veroordeelde de werkgever tot betaling van het onterecht ingehouden loon over juni 2017, vermeerderd met rente en wettelijke verhoging, en tot een schadevergoeding ter grootte van twee maanden loonaanvulling. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van appellant toegewezen.
Uitkomst: Werkgever moet loonaanvulling en schadevergoeding betalen wegens tekortschieten in re-integratieverplichtingen.