ECLI:NL:GHARL:2020:2865
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.H.H.A. Moes
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.U.M. van der Werff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering afstand nabestaandenpensioen na beëindiging geregistreerd partnerschap
In deze civiele zaak vordert appellante dat het hof het vonnis van de rechtbank Gelderland vernietigt en alsnog toewijst dat geïntimeerde afstand doet van het nabestaandenpensioen van wijlen de heer C. Appellante stelt dat er een overeenkomst bestond waarin partijen afstand deden van pensioenrechten, waaronder het nabestaandenpensioen, maar dat geïntimeerde weigert de afstandsverklaring te ondertekenen.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde appellante in de proceskosten. Geïntimeerde verscheen niet in hoger beroep, waardoor verstek werd verleend. Het hof toetste de vordering en oordeelde dat op grond van de Pensioen- en Spaarfondsenwet een geldige afstandsverklaring vereist is, inclusief een verklaring van het pensioenfonds, die ontbrak.
Daarnaast stelde het hof dat uit de beëindigingsovereenkomst niet blijkt dat geïntimeerde ten tijde van het aangaan daarvan de wil had afstand te doen van het nabestaandenpensioen. De grieven van appellante falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot afstand van het nabestaandenpensioen af.