ECLI:NL:GHARL:2020:2934

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 april 2020
Publicatiedatum
9 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.249.216/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbrekende machtiging in bestuursstrafzaak

In deze bestuursstrafzaak tegen betrokkene B.V. heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde geen geldige schriftelijke machtiging kon overleggen. De gemachtigde, mr. Lagas, stelde dat hij wel een machtiging had ingediend, maar deze bleek niet toereikend omdat hij niet gemachtigd was door degene die door de betrokkene was gemachtigd.

Het hof toetste dit aan de hand van artikel 8:24, tweede lid, Awb en artikel 6:6 Awb Pro en concludeerde dat de kantonrechter bevoegd was het beroep niet-ontvankelijk te verklaren nadat de gemachtigde de gelegenheid had gekregen het verzuim te herstellen. Omdat de machtiging niet voldeed, kon het beroep niet inhoudelijk worden beoordeeld.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees tevens het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door mr. Van Schuijlenburg, met mr. Starreveld als griffier, die het arrest niet medeondertekende.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van een geldige machtiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.249.216/01
CJIB-nummer
: 213834567
Uitspraak d.d.
: 9 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 19 september 2018, betreffende
mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam,
beweerdelijk optredende voor

[betrokkenene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

Mr. Lagas heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 9 juli 2019 is nog een brief van mr. Lagas ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat mr. Lagas geen machtiging heeft overgelegd, terwijl hij daartoe bij brief van 14 augustus 2018 van de griffier van de rechtbank in de gelegenheid is gesteld.
2. Mr. Lagas voert aan dat hij wel degelijk een machtiging heeft overgelegd, namelijk bij brief van 11 september 2018.
3. De kantonrechter is, naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bevoegd van een gemachtigde te verlangen dat deze een schriftelijk bewijs van machtiging overlegt teneinde vast te stellen of degene die zich als gemachtigde van een betrokkene aandient daartoe werkelijk bevoegd is.
4. Indien de kantonrechter vaststelt dat een schriftelijke machtiging als hiervoor bedoeld ontbreekt dan wel niet toereikend is, kan het beroep op grond van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.
5. In het dossier bevindt zich een brief van 14 augustus 2018 van de griffier van de rechtbank, waarin mr. Lagas onder meer in de gelegenheid wordt gesteld om binnen vier weken na dagtekening van die brief een machtiging te overleggen, bij gebreke waarvan het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
6. Bij brief van 11 september 2018 heeft mr. Lagas een machtiging overgelegd van mevrouw
[B] , CEO van [betrokkenene] B.V., aan de heer [C] , alsmede een machtiging van [D] aan mr. Lagas.
7. Het hof constateert dat mr. Lagas niet is gemachtigd door degene die door de betrokkene is gemachtigd. Gelet daarop heeft mr. Lagas geen toereikende machtiging overgelegd en kan hij niet als (onder)gemachtigde van de betrokkene worden beschouwd. Aldus heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Dit brengt mee dat het hof de bezwaren van mr. Lagas tegen de opgelegde sanctie niet kan beoordelen.
8. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.