ECLI:NL:GHARL:2020:2937
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding. De beslissing van de officier van justitie was op 13 september 2018 aan betrokkene toegestuurd, waardoor de beroepstermijn eindigde op 25 oktober 2018. Het beroepschrift werd echter op 7 november 2018 ontvangen, wat te laat was.
Betrokkene gaf aan dat zij de vervaldatum in de beslissing van de officier van justitie had aangezien als uiterste beroepsdatum, wat het hof niet als verschoonbaar beschouwde. Daarnaast voerde zij aan dat zij onterecht geen gelegenheid had gekregen om gehoord te worden over de vermeende gedraging, mede omdat in de oproeping voor de zitting niet werd vermeld dat de tijdigheid van het beroep zou worden behandeld.
Het hof oordeelde dat het niet verplicht is om in de oproeping te vermelden dat de tijdigheid van het beroep ter zitting zal worden besproken en dat het ontbreken van een dergelijke mededeling geen gerechtvaardigd vertrouwen schept dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De kantonrechter was bovendien verplicht een zitting te houden en kon niet voorafgaand aan de zitting de ontvankelijkheid beoordelen.
Gelet op deze overwegingen bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en kon het niet inhoudelijk ingaan op de bezwaren van betrokkene tegen de sanctie.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.