ECLI:NL:GHARL:2020:2969

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
14 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.258.450/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, derde lid Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor door rood rijden ondanks maatschappelijke omstandigheden voedselbank

De betrokkene, een voedselbank en liefdadigheidsinstelling, kreeg een boete van €230 opgelegd wegens het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 17 april 2018 in Tilburg. De vertegenwoordiger van de voedselbank voerde aan dat de boete onevenredig was gezien de beperkte financiële middelen en het maatschappelijke belang van de voedselbank, die afhankelijk is van giften en donaties.

Het hof erkent het belang van de voedselbank en haar beperkte budget, maar stelt vast dat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) een tariefmatige sanctie voorschrijft die niet licht kan worden aangepast op basis van individuele omstandigheden. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de boete, maar deze zijn in dit geval niet aangetoond.

Daarom wordt geoordeeld dat de kantonrechter terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en de boete bevestigd. De voedselbank moet de boete betalen ondanks haar maatschappelijke functie en financiële situatie.

Uitkomst: De boete van €230 voor het door rood rijden wordt bevestigd ondanks het beroep op de maatschappelijke functie en financiële situatie van de voedselbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.258.450/01
CJIB-nummer
: 216158117
Uitspraak d.d.
: 14 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 19 februari 2019, betreffende

Stichting [betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De vertegenwoordiger van de betrokkene is [B] , wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 april 2018 om 13:18 uur op de Ringbaan West in Tilburg met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De vertegenwoordiger voert aan dat de gedraging niet wordt ontkend maar dat onvoldoende rekening is gehouden met de financiële positie en het maatschappelijk belang van de voedselbank. De voedselbank heeft een klein budget en elke cent die binnenkomt gaat naar voedsel dat wordt verstrekt aan de clientèle. De voedselbank staat in deze voor een dilemma: de chauffeurs, die op vrijwillige basis vele malen per week voor de stichting en de cliënten klaar staan, de bekeuring laten betalen, of de voedselbank, die toch al afhankelijk is van giften en donaties, de bekeuring van € 239,- uit haar krappe budget laten ophoesten. Als de chauffeur zonder meer aansprakelijk wordt gesteld, dan kost dit de voedselbank chauffeurs/vrijwilligers. Een dergelijke boete heeft daarmee grote consequenties en om deze reden wordt verzocht de beschikking te vernietigen.
3. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof heeft begrip voor het werk dat de voedselbank verricht en twijfelt niet aan het belang daarvan. Echter, op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
5. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn hier niet gebleken. Aan de hand van wat door de vertegenwoordiger in de procedure naar voren is gebracht kan weliswaar worden aangenomen dat de betrokkene haar beperkte budget volledig wil inzetten voor het verstrekken van voedsel en het niet aangewezen is om dat budget aan andere doelen te besteden, maar niet gezegd kan worden dat de betrokkene door de hoogte van het boetebedrag onevenredig hard wordt getroffen. Niet is gebleken van omstandigheden om in dit geval af te wijken van de wettelijk vastgestelde tarieven.
6. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal die beslissing dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om dit arrest te ondertekenen.