ECLI:NL:GHARL:2020:3116

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 april 2020
Publicatiedatum
16 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.245.277/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 65 RVV 1990Art. 66 RVV 1990bord E1 bijlage 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren in parkeerverbodszone ondanks betwisting bebording

De betrokkene werd een sanctie van €90 opgelegd wegens parkeren buiten een parkeervak binnen een parkeerverbodszone op de Lichtstraat in Eindhoven. Zij erkende het parkeren buiten het vak, maar voerde aan dat de parkeerverbodszone onvoldoende was aangegeven met borden, omdat op de toegangswegen die zij gebruikte geen parkeerverbodsborden stonden.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigde dit in hoger beroep. Het hof stelde vast dat de toegangswegen naar de Lichtstraat wel degelijk waren voorzien van de vereiste parkeerverbodsborden (bord E1 met zone-aanduiding). De betrokkene had niet duidelijk gemaakt welke route zij had gevolgd, en het ontbreken van borden op bepaalde zijstraten was niet relevant.

Het hof benadrukte dat weggebruikers geacht worden oplettend te zijn op verkeersborden en dat het missen van een bord voor eigen rekening komt. De aanwezigheid van andere geparkeerde auto's op de locatie maakte dit niet anders. De sanctie werd daarom bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €90 voor parkeren buiten een parkeervak binnen een parkeerverbodszone.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.245.277/01
CJIB-nummer
: 200092362
Uitspraak d.d.
: 16 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 30 januari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling1.Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: "parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)". Deze gedraging zou zijn verricht op 24 juli 2016 om 15.50 uur op de Lichtstraat in Eindhoven met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De betrokkene is het niet eens met de opgelegde sanctie. De betrokkene erkent dat zij haar voertuig op voornoemde datum, tijd en locatie buiten een parkeervak heeft geparkeerd, maar voert aan dat het niet duidelijk was dat ter plaatse sprake is van een parkeerverbodszone. De betrokkene heeft eerder in de procedure toegelicht dat je het betreffende terrein op twee manieren kunt benaderen. De ene mogelijkheid is via de zijstraat van de Mathildelaan, de andere mogelijkheid is via de straat, waarvan de betrokkene de naam is vergeten. Bij beide ingangen staat geen bord E1 geplaatst en ook als je het terrein verlaat ontbreekt een bord, net als op het terrein zelf. Ook in de buurt van het terrein staat geen bord wat meteen duidelijk zichtbaar is. De betrokkene is na ontvangst van de sanctiebeschikking nog twee keer teruggegaan naar het terrein om te achterhalen waar ze het bord mogelijk over het hoofd heeft gezien, maar ook dit mocht niet baten. Tot slot voert de betrokkene aan dat er meerdere auto’s geparkeerd stonden op de locatie waar de betrokkene ook stond. Dit geeft aan dat het niet alleen voor de betrokkene onduidelijk is dat het een parkeerverbodszone betreft. De zichtbaarheid van de parkeerverbodszone laat te wensen over, aldus de betrokkene.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) juncto bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990. Artikel 62 van Pro het RVV 1990 houdt in: "Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden." Bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990 duidt een algeheel parkeerverbod aan.
4. Artikel 65 van Pro het RVV 1990 luidt:
"1. (…)
2. De verkeersborden E1, E2 en E3 van bijlage I gelden slechts voor de zijde van de weg alwaar zij zijn geplaatst.
3. Het parkeren van een voertuig (…) is echter toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten."
5. Artikel 66, tweede lid, van het RVV 1990 luidt:
"Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, geldt het verkeersbord in een gebied dat wordt begrensd door het verkeersbord en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid."
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"Gedragingsgegevens: zonebord (E1-ZB) 10 minuten toezicht. Geen laad en los activiteiten waargenomen. Locatie ligt binnen parkeerverbod zone. Parkeren alleen toegestaan in de daarvoor bestemde vakken. (…) Ik zag betreffend voertuig geparkeerd in de parkeerverbodszone geheel buiten de aangegeven vakken aan de Lichtstraat te Eindhoven."
7. Door de advocaat-generaal is voorts in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal van 25 oktober 2018 overgelegd, waarin de ambtenaar onder meer het volgende verklaart:
"Op zondag 24 juli 2016 omstreeks 15.50 uur, bevond ik mij, in uniform gekleed en met handhaving belast, op de openbare weg de Lichtstraat te Eindhoven. Ik zag toen dat daar een voertuig geparkeerd stond in de parkeerverbodszone, aangegeven middels bord E01-zb. Ik zag namelijk dat betreffend voertuig, een zwarte Renault Clio voorzien van kenteken [0-YYY-00] , geparkeerd stond in de parkeerverbodszone geheel buiten de aangegeven vakken. Alleen parkeren in de daarvoor bestemde vakken is toegestaan. Alle toegangswegen die leiden naar het centrum van Eindhoven zijn voorzien bord E1-zb. Zie bijgevoegde foto’s, plattegrond parkeerverbod zone binnenstad Eindhoven en tekstoverzicht toegangswegen tot binnenstad."
8. De plattegrond is bij het proces-verbaal gevoegd. Op die plattegrond is door de ambtenaar met blauwe cirkels aangegeven op welke locaties een bord E1: ‘parkeerverbodszone’ is geplaatst. Ook is het ‘tekstoverzicht toegangswegen tot binnenstad’ bijgevoegd, waarop de locaties van de geplaatste bebording E1 met betrekking tot parkeerverbodszone binnenstad Eindhoven zijn opgenomen. De toegangswegen die gevolgd moeten worden om de Lichtstraat te bereiken, zijn blijkens de plattegrond en het tekstoverzicht voorzien van borden E1 «zone».
9. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de Lichtstraat in Eindhoven is gelegen binnen een parkeerverbodszone en dat er E1 zoneborden zijn geplaatst op de
toegangswegen die daarnaartoe leiden. De betrokkene heeft weliswaar gesteld dat deugdelijke bebording ontbrak, maar zij heeft niet aangegeven welke route zij heeft afgelegd om de Lichtstraat te bereiken. Het hof wijst in dit verband op overweging 8 van zijn arrest van 28 februari 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl, nr. ECLI:NL:GHARL:2020:1803.
10. Verder merkt het hof op dat een parkeerverbodszone wordt begrensd door borden die het begin en het einde van die zone aanduiden. Binnen de gehele zone is het - met uitzondering van op de daarvoor bestemde weggedeelten - niet toegestaan om te parkeren. Dat in de zijstraat van de Mathildelaan en ter plaatse geen bord zou staan waarmee een parkeerverbod wordt aangegeven, is dan ook niet van belang.
11. Dat de betrokkene het bord mogelijk heeft gemist, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor haar eigen rekening komen. Van weggebruikers mag worden verwacht dat zij te allen tijde oplettend zijn op aanwezige verkeerstekens, zoals verkeersborden. De door de betrokkene genoemde omstandigheid dat de situatie ook voor veel anderen onduidelijk zou zijn, maakt dit niet anders.
12. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om dit arrest te ondertekenen.