ECLI:NL:GHARL:2020:3177

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 april 2020
Publicatiedatum
20 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.678/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens snelheidsovertreding ondanks poging vlucht te halen

De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 16 km/u op de A10 in Amsterdam. Hij voerde aan dat hij door een onverwachte wegafzetting een alternatieve route moest nemen en daardoor harder moest rijden om een zakenrelatie op tijd op Schiphol te krijgen.

De kantonrechter wees het beroep af en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat het halen van een vlucht geen acute noodsituatie is die het overschrijden van de maximumsnelheid rechtvaardigt. De betrokkene had meer tijd moeten inplannen of vooraf de route moeten controleren.

Het hof stelde dat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet anders kon handelen dan door te hard te rijden. De sanctie werd daarom gehandhaafd en niet gematigd. De beslissing van de kantonrechter was voldoende gemotiveerd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: De sanctie voor snelheidsovertreding wordt bevestigd omdat het halen van een vlucht geen noodsituatie vormt die het overschrijden van de maximumsnelheid rechtvaardigt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.260.678/01
CJIB-nummer
: 220523612
Uitspraak d.d.
: 20 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 mei 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 126,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 16 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2018 om 05:52 uur op de A10 rechts (trajectcontrole) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. Dat de maximumsnelheid is overschreden, wordt door de betrokkene niet ontkend. Hij stelt zich echter op het standpunt dat de sanctie ongedaan dient te worden gemaakt, omdat de omstandigheden hem geen andere keuze lieten. Hij was die ochtend tijdig op weggegaan om een zakenrelatie naar Schiphol te brengen en tijdens de rit bleek de A4 ineens te zijn afgezet. Hij was daardoor genoodzaakt om een andere route te rijden. Een route die meer tijd in beslag nam. De betrokkene heeft door het verhogen van zijn snelheid ervoor gezorgd dat de vlucht alsnog werd gehaald. De kantonrechter is volgens de betrokkene volledig aan deze omstandigheden voorbij gegaan.
3. Dat de maximumsnelheid is overschreden, staat niet ter discussie. De gedraging staat op basis van de informatie in het dossier dan ook vast. Het hof ziet zich thans voor de vraag gesteld of de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden aanleiding geven tot het achterwege laten van een administratieve sanctie of om deze te matigen.
4. Het verweer van de betrokkene komt in feite erop neer dat hij in dit geval niet anders heeft kunnen handelen. Een geslaagd beroep hierop zou tot het oordeel kunnen leiden dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van de sanctie niet billijken dan wel dat deze tot matiging van de sanctie zouden moeten leiden.
5. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
6. Aan dit vereiste is in het onderhavige geval niet voldaan. Uit hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd blijkt niet dat hij niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Het hof neemt hierbij onder meer in aanmerking dat - hoe frustrerend het ook is dat de betrokkene door een wegafzetting van zijn geplande route uit heeft moeten wijken naar een andere waardoor het halen van de vlucht van zijn zakenrelatie in het gedrang kwam - er geen sprake was van een acute noodsituatie. Het halen van een vlucht vormt geen reden om af te wijken van een ter plaatse geldende maximumsnelheid en maakt niet dat de betrokkene, die de onderhavige gedraging heeft verricht, gevrijwaard moet blijven van een sanctie. In een dergelijke situatie had het op de weg van de betrokkene gelegen om, met het oog op eventuele wegwerkzaamheden en omleidingen, meer tijd uit te trekken voor de reis naar Schiphol, dan wel van tevoren eventueel te controleren of er werkzaamheden plaatsvinden op de door hem te nemen route. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om de sanctie achterwege te laten dan wel om deze te matigen.
7. Blijkens diens beslissing heeft de kantonrechter voormeld verweer van de betrokkene meegenomen in de beoordeling. De kantonrechter heeft dienaangaande - kort gezegd - overwogen dat van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om de sanctie ongedaan te maken niet is gebleken. Van een motiveringsgebrek is dan ook geen sprake. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.