Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond een incident tot overname van de procedure centraal nadat Vrijheid Apeldoorn B.V. failliet was verklaard. Hassel Holding B.V. vorderde dat zij de procedure aan de zijde van Vrijheid Apeldoorn mocht voortzetten, omdat zij een pandrecht had verkregen op de vorderingen van Vrijheid Apeldoorn. De curator van Vrijheid Apeldoorn had de procedure niet overgenomen, waardoor deze op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro geschorst was.
Hassel Holding stelde dat zij op grond van het pandrecht de inningsbevoegdheid had overgenomen en dat zij de procedure mocht hervatten. Het hof oordeelde echter dat de mededeling van het pandrecht aan de schuldenaar, Victoria Beheer B.V., onvoldoende was omdat deze slechts in een incidentele conclusie was gedaan en Victoria Beheer niet was verschenen in de procedure. Hierdoor was de mededeling niet effectief in de zin van artikel 3:246 lid 1 BW Pro.
Daarnaast stelde het hof vast dat voor hervatting van de procedure instemming van de wederpartij vereist is, welke hier ontbrak. Daarom werd de vordering van Hassel Holding afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor het faillissement. Hassel Holding werd veroordeeld in de kosten van het incident, begroot op nihil aan de zijde van Victoria Beheer.
Uitkomst: De vordering van Hassel Holding tot overname van de procedure wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van vóór het faillissement.