ECLI:NL:GHARL:2020:3331
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Geen hoger beroep ingesteld tegen beslissing kantonrechter in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak heeft de kantonrechter op 25 september 2017 een beslissing genomen waarbij de sanctie werd vastgesteld op €165,- vermeerderd met €9,- administratiekosten. De betrokkene werd vertegenwoordigd door haar vader, die afstand deed van het beroepschrift dat namens de betrokkene was ingediend.
Een derde partij, aangeduid als [B], uitte vervolgens schriftelijk zijn verbazing over de beslissing en verzocht om het proces-verbaal van de zitting. Het hof heeft beoordeeld of deze schriftelijke mededeling kon worden beschouwd als een hoger beroep tegen de kantonrechterlijke beslissing.
Het gerechtshof concludeerde dat uit de inhoud van het schrijven niet blijkt dat er een duidelijke wil of kennelijke bedoeling is om hoger beroep in te stellen. Daarom werd het schrijven niet als hoger beroep aangemerkt en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 april 2020 en bevestigt dat de beslissing van de kantonrechter stand houdt, met betrekking tot de hoogte van de sanctie en de overige onderdelen van de beslissing van de officier van justitie.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart dat geen hoger beroep is ingesteld en bevestigt de beslissing van de kantonrechter.