ECLI:NL:GHARL:2020:3331

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2020
Publicatiedatum
23 april 2020
Zaaknummer
200.227.075/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen hoger beroep ingesteld tegen beslissing kantonrechter in bestuursstrafzaak

In deze bestuursstrafzaak heeft de kantonrechter op 25 september 2017 een beslissing genomen waarbij de sanctie werd vastgesteld op €165,- vermeerderd met €9,- administratiekosten. De betrokkene werd vertegenwoordigd door haar vader, die afstand deed van het beroepschrift dat namens de betrokkene was ingediend.

Een derde partij, aangeduid als [B], uitte vervolgens schriftelijk zijn verbazing over de beslissing en verzocht om het proces-verbaal van de zitting. Het hof heeft beoordeeld of deze schriftelijke mededeling kon worden beschouwd als een hoger beroep tegen de kantonrechterlijke beslissing.

Het gerechtshof concludeerde dat uit de inhoud van het schrijven niet blijkt dat er een duidelijke wil of kennelijke bedoeling is om hoger beroep in te stellen. Daarom werd het schrijven niet als hoger beroep aangemerkt en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 april 2020 en bevestigt dat de beslissing van de kantonrechter stand houdt, met betrekking tot de hoogte van de sanctie en de overige onderdelen van de beslissing van de officier van justitie.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart dat geen hoger beroep is ingesteld en bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.227.075/01
CJIB-nummer
: 196535847
Uitspraak d.d.
: 23 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 25 september 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie vernietigd, voor zover betrekking hebbende op de hoogte van de sanctie, het bedrag van de sanctie bepaald op € 165,- te vermeerderen met € 9,- administratiekosten en de beslissing van de officier van justitie voor het overige bevestigd.

Het verloop van de procedure

[B] (hierna te noemen: [B] ) heeft bij schrijven van 26 oktober 2017 aan de kantonrechter verzocht om het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter.
De griffier van de rechtbank heeft dit schrijven, alsmede de op de zaak betrekking hebben stukken, aan de griffier van het hof gezonden.
De griffier van het hof heeft de zaak vervolgens als een hoger beroep zaak ingeboekt.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Op 11 september 2017 heeft de kantonrechter het beroep van [betrokkene] tegen de beslissing van de officier van justitie ter zitting behandeld. Haar vader is, door de betrokkene daartoe gemachtigd, ter zitting verschenen om de betrokkene aldaar te vertegenwoordigen. Op 25 september 2017 heeft de kantonrechter beslist op het beroep. Die beslissing houdt onder meer in, dat de vader van de betrokkene uitdrukkelijk afstand heeft genomen van hetgeen [B] namens de betrokkene heeft aangevoerd en dat de kantonrechter daarom de inhoud van het door [B] ingediende beroepschrift buiten beschouwing heeft gelaten. De beslissing van de kantonrechter is op 9 oktober 2017 aan [B] toegezonden.
2. Bij schrijven van 26 oktober 2017 heeft [B] aan de kantonrechter medegedeeld met verbazing kennis te hebben genomen van de beslissing op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. [B] heeft opheldering gevraagd bij de betrokkene en de verklaring van de vader van de betrokkene heeft het geheel niet veel helderder gemaakt, aldus [B] . Men wil graag weten wat exact is besproken te zitting. Om die reden zou [B] graag een afschrift van het proces-verbaal van de zitting van 11 september 2017 ontvangen.
3. Een geschrift kan slechts dan als een beroepschrift in hoger beroep worden beschouwd indien daaruit blijkt van de wil, althans de kennelijke bedoeling van de betrokkene om bij het hof Arnhem-Leeuwarden hogere voorziening te vragen van een uitspraak van een kantonrechter. Naar het oordeel van het hof kan het verzenden van voormeld schrijven, gelet op de inhoud daarvan, niet worden beschouwd als het instellen van hoger beroep. Beslist wordt daarom als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
verstaat dat geen hoger beroep is ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.