Uitspraak
(hierna: de maatregel)met een termijn van 240 dagen.
(hierna: GGZ)[naam] van
11 maart 2020;
5 juni 2019, met als bijlage de eerdere e-mailwisseling over de aangifte en de justitiële documentatie van de terbeschikkinggestelde van 18 maart 2020;
Overwegingen:
Op dit moment gaat het goed met de terbeschikkinggestelde. Hij beschikt over zelfinzicht en hij staat open voor hulp. Er is een sociaal vangnet. Er is zorg beschikbaar voor de terbeschikkinggestelde wanneer de maatregel eindigt op 25 april 2020, maar niet in een dwangkader. De terbeschikkinggestelde is voornemens zich aan afspraken te houden en medicatie in te blijven nemen. Gehoopt moet worden dat de terbeschikkinggestelde om hulp vraagt wanneer dat nodig is.
(hierna: Wvggz)valt de terbeschikkinggestelde vanwege zijn specifieke situatie tussen wal en schip. Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een psychotische stoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis en verslavingsproblematiek. Hij heeft nog een lange periode zorg en begeleiding nodig om in de maatschappij te kunnen functioneren. Op dit moment is er echter geen direct vervolgtraject beschikbaar om de terbeschikkinggestelde in de voor hem nodige setting te kunnen laten resocialiseren. Deze situatie is zorgelijk en ernstig. De huidige wetgeving biedt geen oplossing voor een situatie als waarin de terbeschikkinggestelde verkeert. Er is geen enkele andere setting die de noodzakelijke zorg, beveiliging en structuur kan bieden. Ook een zorgmachtiging kan hier niet aan voldoen. Er bestaat geen andere conclusie dan dat de maatregel eindigt op 25 april 2020 en dat dan gehoopt moet worden dat men tijdig is met het signaleren van eventuele problemen.
] aan te vragen zodat hij in een GGZ instelling verdere resocialisatie kan ondergaan omdat dat binnen TBS setting niet was gelukt. Dit baart mij grote zorgen. Als het in TBS setting al niet lukt, om het gedrag van betrokkene te reguleren, waarom zou dit dan in reguliere GGZ, die helemaal niet is toegerust om met zoveel agressie en anti-sociale problematiek te dealen, wel lukken? De aanvraag tot een zorgmachtiging lijkt dus voort te komen uit handelingsverlegenheid, maar dit mag en kan wat mij betreft niet leiden tot onveiligheid in de behandelomgeving en in de maatschappij, waarbij de regie en coördinatie hiervan procedureel en formeel in verkeerde handen is gelegd.
Toen hij werd benaderd over het voorbereiden van een zorgmachtiging heeft hij wel een zorgverantwoordelijke aangewezen. Hij heeft echter niet door een onafhankelijke psychiater een medische verklaring laten opstellen. De zorgverantwoordelijke heeft contact gehad met de Pompestichting.
Op zichzelf kan gesproken worden van gedrag van de terbeschikkinggestelde dat leidt tot ernstig nadeel als bedoeld in artikel 3:3 van Pro de Wvggz, namelijk instrumentele agressie. Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van middelengebruik, een persoonlijkheidsstoornis en in het verleden psychotische decompensatie. In het geval van de terbeschikkinggestelde zijn dit echter geen stoornissen in de zin van de Wvggz. Verder ontbreekt het causale verband tussen de stoornis en het gedrag dat leidt tot ernstig nadeel. Dat is de eerste reden dat de voorbereiding van de zorgmachtiging is gestopt.
Daarnaast is de gevraagde zorg hetzij niet leverbaar door de zorgaanbieder, hetzij niet voldoende om het ernstig nadeel weg te nemen. In eerste instantie had [deskundige 2] begrepen dat de terbeschikkinggestelde wegens sterk grensoverschrijdend gedrag en middelengebruik een vorm van langdurige klinische opname nodig had met een hoog beveiligingsniveau. Dat kan de zorginstelling echter niet bieden. In tweede instantie werd duidelijk dat een ambulante behandeling werd gevraagd met begeleiding van een FACT-team en gebruik van medicatie. Deze zorg is echter onvoldoende om het gevaar van ernstig nadeel weg te nemen. Dat is de tweede reden dat de voorbereiding van de zorgmachtiging is gestopt.
Met de stelling in de brief dat regie en coördinatie formeel en procedureel in verkeerede handen is gelegd, wordt bedoeld dat voorafgaand aan 1 januari 2020 de overgang van terbeschikkingstelling naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg in onderling overleg tussen de instellingen werd bekeken. Nu wordt de procedurele weg via de officier van justitie bewandeld zonder dat naar de noodzaak en inhoud van de behandeling wordt gekeken.
(hierna: Wfz):
(…)
1. De geneesheer-directeur zorgt voor een medische verklaring van een psychiater, indien van toepassing volgens het vastgestelde model, bedoeld in het tweede lid, over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene en of uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit ten behoeve van de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging aan de rechter.
1. De zorgverantwoordelijke stelt in overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger een zorgplan vast, indien van toepassing volgens het vastgestelde model, bedoeld in het zevende lid.
1. Indien de officier van justitie beslist dat is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, dient hij onverwijld een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechter in (…)
De geneesheer-directeur vindt ten eerste dat geen sprake is van stoornissen in de zin van de wet en evenmin van een causaal verband tussen stoornissen en het gedrag dat leidt tot ernstig nadeel. Dit zijn echter aspecten die dienen te worden onderzocht door de onafhankelijke psychiater en waarover diens medische verklaring zich dient uit te laten. Bovendien gaat het hier om begrippen die niet alleen medisch, maar ook juridisch van aard zijn en waarover de rechter zich uiteindelijk een oordeel dient te vormen.
Ten tweede is volgens de geneesheer-directeur zorg hetzij niet leverbaar, hetzij niet voldoende om het nadeel af te wenden. In hoeverre zorg uitvoerbaar en doelmatig is, kan echter pas worden bepaald na voldoende onderzoek. De onafhankelijke psychiater dient in de medische verklaring ook in te gaan op de noodzakelijke zorg. In deze zaak was dit des te belangrijker omdat zowel over een ambulant als over een klinisch traject is gesproken en op voorhand geen duidelijkheid bestond over de noodzakelijke zorg. Verder wijst het hof er op dat aspecten van uitvoerbaarheid en doelmatigheid in artikel 5:11 van Pro de Wvggz niet worden genoemd als grond voor de beslissing van de officier van justitie om de voorbereiding van de zorgmachtiging voortijdig te beëindigen.
Beslissing
[naam terbeschikkinggestelde].
één jaar.