De betrokkene ging in hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een boete wegens het rijden met een niet-gasdichte uitlaatdemper ongegrond verklaarde. De betrokkene stelde dat niet de uitlaat zelf, maar een extra demper was doorgeroest en dat dit niet tot een overtreding leidde.
Het hof oordeelde dat het dossier een proces-verbaal bevatte met een zakelijke weergave van de zitting en dat het niet vereist is dat een ambtsedig proces-verbaal wordt opgemaakt om de gedraging vast te stellen. Uit het zaakoverzicht bleek dat de achterste uitlaatdemper geheel doorgeroest was, wat volgens het hof onderdeel is van het uitlaatsysteem.
De stelling van de betrokkene dat het een extra sierdemper betrof werd niet aannemelijk gemaakt. Omdat een doorgeroeste uitlaatdemper niet gasdicht is, was de overtreding bewezen. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.