ECLI:NL:GHARL:2020:3354

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 april 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.256.267/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging kentekenaansprakelijkheid bij gebruik voertuig met sleutel afgegeven aan garage

De betrokkene kreeg een sanctie van €200 opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 21 km/h op 21 juni 2018. Hij stelde dat zijn auto op dat moment bij de garage stond voor APK-keuring en dat hij de sleutel aan de garage had gegeven. De garagehouder erkende dat de auto daar stond, maar gaf aan dat mogelijk een derde persoon met het voertuig heeft gereden.

De betrokkene erkende dat hij kentekenhouder was en dat de overtreding met zijn voertuig was begaan, maar betwistte dat hij zelf reed. Volgens artikel 5 Wahv Pro is de kentekenhouder aansprakelijk als de bestuurder niet kan worden vastgesteld. Artikel 8 Wahv Pro biedt een uitzondering als de kentekenhouder aannemelijk maakt dat het gebruik tegen zijn wil door een ander is gemaakt en dit redelijkerwijs niet kon worden voorkomen.

Het hof oordeelde dat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik tegen zijn wil was, omdat hij de sleutel vrijwillig aan de garage had gegeven en daarmee niet onvrijwillig de feitelijke beschikkingsmacht over het voertuig had verloren. Het feit dat de garagehouder de sleutel aan een derde gaf, verandert hier niets aan. De sanctie is daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees erop dat de betrokkene eventueel civielrechtelijk verhaal kan zoeken op de garagehouder.

Uitkomst: De sanctie van €200 voor snelheidsovertreding is terecht opgelegd aan de kentekenhouder en het beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.256.267/01
CJIB-nummer
: 218085265
Uitspraak d.d.
: 24 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 17 januari 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 200,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 21 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 juni 2018 om 9:31 uur op de Pieter Calandlaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat hij zijn auto op 20 juni 2018 naar de garage had gebracht voor de APK-keuring. Op 22 juni 2018 heeft hij zijn auto daar weer opgehaald. Op 21 juni 2018 was de betrokkene aan het werk op het moment dat de gedraging is geconstateerd. Hij heeft maar één autosleutel; die had hij aan de eigenaar van de garage gegeven. De betrokkene heeft vervolgens (meerdere malen) contact opgenomen met de eigenaar van de garage. Deze ontkent niet (meer) dat de auto op 21 juni 2018 bij de garage stond, maar geeft aan dat een andere persoon, met wie de garage samenwerkt, wellicht in de auto heeft gereden en dat hij niets voor de betrokkene kan doen.
3. De betrokkene bestrijdt niet dat hij de kentekenhouder van het voertuig met kenteken [00-YY-YY] is. Ook bestrijdt hij niet dat de gedraging is verricht met dit voertuig.
4. Wanneer er geen reële mogelijkheid is om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, wordt een administratieve sanctie aan de kentekenhouder van het voertuig opgelegd (artikel 5 van Pro de Wahv). De betrokkene kan dus als kentekenhouder aansprakelijk worden gehouden voor het betalen van de sanctie, ook als iemand anders het voertuig heeft bestuurd.
5. Artikel 8 van Pro de Wahv bevat een drietal uitzonderingen op de uit artikel 5 van Pro de Wahv voortvloeiende aansprakelijkheid, waaronder voor zover hier van belang de situatie waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en de betrokkene dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De wetgever heeft bij deze uitzondering met name gedacht aan gevallen van joyriding of diefstal en uitdrukkelijk niet aan gevallen van toegestaan gebruik. In die laatste gevallen zal de in het kentekenregister als kentekenhouder ingeschreven persoon volgens de wetgever niet kunnen beweren, dat hij de feitelijke beschikkingsmacht onvrijwillig heeft verloren.
6. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene niet aannemelijk gemaakt dat tegen zijn wil door een ander van zijn voertuig gebruik is gemaakt. De betrokkene heeft zijn voertuig naar de garage gebracht en hierbij de sleutel achtergelaten. De betrokkene heeft daarmee niet onvrijwillig de feitelijke beschikkingsmacht verloren. Dat de eigenaar van de garage de sleutel vervolgens in verband met een reparatie aan een derde heeft gegeven, maakt dit niet anders. Overigens kan de betrokkene proberen de terecht aan hem als kentekenhouder opgelegde sanctie via het civiele recht te verhalen op de garagehouder.
7. Gelet op het voorgaande is de sanctie terecht aan de betrokkene, als kentekenhouder, opgelegd. Dat brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.