ECLI:NL:GHARL:2020:3366

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 april 2020
Publicatiedatum
28 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.210.785/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvBijlage I RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs milieuzone-overtreding

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €90 opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen in een milieuzone in Utrecht op 16 januari 2016.

De gemachtigde voerde aan dat de overtreding onvoldoende was vastgesteld, met name omdat geen foto van de gedraging was overgelegd, ondanks verzoeken daartoe. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 3, tweede lid, Wahv de gedraging voldoende moet blijken uit de beschikbare gegevens, en dat foto's, indien gemaakt, tot de zaakstukken behoren.

Het zaakoverzicht vermeldde geen foto en gaf geen aanwijzingen dat de ambtenaar de gedraging zelf had vastgesteld. Dit wekte twijfel over de juistheid van de gegevens. Het ontbreken van een foto die het kenteken, voertuigcontouren, datum, tijdstip en bord C6 duidelijk toont, zoals vereist volgens beleidsregels, was niet gecompenseerd.

Daarom stelde het hof vast dat onvoldoende was komen vast te staan dat de overtreding had plaatsgevonden. Het beroep van de betrokkene werd gegrond verklaard, de sanctiebeschikking vernietigd en de proceskosten van €787,50 aan de betrokkene toegekend.

De overige bezwaren werden niet meer behandeld omdat het primaire bezwaar tot vernietiging leidde.

Uitkomst: Sanctiebeschikking vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overtreding milieuzone, proceskosten toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.210.785/01
CJIB-nummer
: 195215486
Uitspraak d.d.
: 28 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 23 januari 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 123,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 13 oktober 2017, 21 januari 2018 en 16 juli 2018 zijn nog brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

De beoordeling

1. De bezwaren van de gemachtigde zijn gericht tegen de beslissing van de kantonrechter strekkende tot ongegrondverklaring van het beroep tegen de inleidende beschikking.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990.” Deze gedraging zou zijn verricht op 16 januari 2016 om 17:04 uur op de Sowetobrug/Gr.v.Roggenweg in Utrecht met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
3. De gemachtigde heeft onder meer aangevoerd dat de gedraging onvoldoende is komen vast te staan. Uit de bebording ter plaatse van de milieuzone blijkt dat wordt gehandhaafd met een (geautomatiseerd) camerasysteem. Een foto van de gedraging is tot op heden niet overgelegd terwijl zowel in administratief beroep als in de procedure bij de kantonrechter is verzocht om de zaakstukken.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. Foto’s van een gedraging behoren -als deze zijn gemaakt- tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Wanneer een foto van de gedraging is gemaakt, moet daarvan melding worden gemaakt in het zaakoverzicht (vgl. het arrest van dit hof van 2 februari 2018, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:1050).
6. Het zaakoverzicht houdt niet in dat er foto’s van de gedraging zijn gemaakt en vermeldt dat de opsporings- en aanleverende instantie de Gemeente is en dat de gedraging op kenteken is geconstateerd. Ook zijn slechts van de RDW afkomstige voertuiggegevens vermeld. De in het zaakoverzicht opgenomen toelichting houdt geen redenen van wetenschap van de ambtenaar in ten aanzien van de gedraging. Een en ander biedt steun aan de overigens niet met stukken onderbouwde stelling van de gemachtigde, dat sprake is van handhaving met een camerasysteem waarvoor in de destijds geldende bijlage L bij de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar was aangegeven dat op de foto het kenteken van het voertuig, de contouren van het voertuig, datum, tijdstip en het C-bord goed zichtbaar zijn. Zodanige foto ontbreekt, het ontbreken van de foto wordt ook niet anderszins ondervangen.
7. Gelet op het voorgaande is onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof zal daarom beslissen als volgt. De overige aangevoerde bezwaren hoeven nu niet meer besproken te worden.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van de beroepschriften bij de officier van justitie, de kantonrechter en het hof dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 787,50.
9. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 787,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen.