ECLI:NL:GHARL:2020:3370
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking en toekenning proceskostenvergoeding wegens onjuiste toepassing Wahv
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een administratieve sanctie wegens niet stoppen voor rood licht ongegrond verklaarde. De sanctie was opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor een overtreding op 14 maart 2016.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn, aangezien de termijn door een erkende feestdag verlengd werd. Vervolgens stelde het hof vast dat niet is gebleken dat de ambtenaar die de sanctie oplegde, de identiteit van de bestuurder niet kon vaststellen ondanks een reële mogelijkheid tot staandehouding. Hierdoor was de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de beschikking van de officier van justitie en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een proceskostenvergoeding van € 787,50 toegekend aan de betrokkene, waarbij het beroep op een hogere vergoeding wegens niet-naleving van de Algemene termijnenwet werd afgewezen.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter en officier van justitie wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding van € 787,50 toegekend.