ECLI:NL:GHARL:2020:3455
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Matiging sanctie voor onverzekerd gestolen voertuig wegens diefstal en herstel
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een sanctie wegens het niet verzekeren van een bromfiets ongegrond verklaarde. De bromfiets was gestolen tussen 20 en 23 april 2018, waarna de verzekering werd stopgezet om fraude te voorkomen. Op 23 mei 2018 werd het voertuig gevonden en overgedragen aan de betrokkene, waarna de verzekering op 25 mei 2018 werd hervat.
Het hof oordeelde dat de overtreding van artikel 30, tweede lid, WAM, was begaan omdat het voertuig niet verzekerd was en de tenaamstelling niet was geschorst. Echter, door de omstandigheden van diefstal en de tijdelijke stopzetting van de verzekering achtte het hof matiging van de sanctie op zijn plaats.
Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk vanwege onduidelijkheid over de verzenddatum van de beslissing van de kantonrechter en vernietigde diens uitspraak. De sanctie werd gematigd tot nihil, waarmee het hof rekening hield met de bijzondere omstandigheden rondom de diefstal en het herstel van het voertuig.
Uitkomst: De sanctie voor het niet verzekeren van de bromfiets wordt gematigd tot nihil vanwege diefstal en herstelperiode.