ECLI:NL:GHARL:2020:3455

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 april 2020
Publicatiedatum
29 april 2020
Zaaknummer
Wahv 200.267.698/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30, tweede lid, WAMArt. 30, derde lid, WAMArt. 2, derde lid, WAMArt. 67, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994Art. 13, derde lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging sanctie voor onverzekerd gestolen voertuig wegens diefstal en herstel

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een sanctie wegens het niet verzekeren van een bromfiets ongegrond verklaarde. De bromfiets was gestolen tussen 20 en 23 april 2018, waarna de verzekering werd stopgezet om fraude te voorkomen. Op 23 mei 2018 werd het voertuig gevonden en overgedragen aan de betrokkene, waarna de verzekering op 25 mei 2018 werd hervat.

Het hof oordeelde dat de overtreding van artikel 30, tweede lid, WAM, was begaan omdat het voertuig niet verzekerd was en de tenaamstelling niet was geschorst. Echter, door de omstandigheden van diefstal en de tijdelijke stopzetting van de verzekering achtte het hof matiging van de sanctie op zijn plaats.

Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk vanwege onduidelijkheid over de verzenddatum van de beslissing van de kantonrechter en vernietigde diens uitspraak. De sanctie werd gematigd tot nihil, waarmee het hof rekening hield met de bijzondere omstandigheden rondom de diefstal en het herstel van het voertuig.

Uitkomst: De sanctie voor het niet verzekeren van de bromfiets wordt gematigd tot nihil vanwege diefstal en herstelperiode.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.267.698/01
CJIB-nummer
: 218196978
Uitspraak d.d.
: 29 april 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 24 mei 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. Het beroepschrift is gedateerd 10 oktober 2019. Uit een stempel blijkt dat het op
14 oktober 2019 door de rechtbank is ontvangen.
3. De betrokkene stelt dat zij de beslissing van de kantonrechter pas op 10 oktober 2019 heeft ontvangen.
4. In het dossier bevindt zich een kopie van de beslissing van de kantonrechter met daarop vermeld de datum van toezending. Dat de beslissing van de kantonrechter daadwerkelijk is verzonden, blijkt echter niet uit een aantekening, stempel of anderszins. Nu een deugdelijke verzendadministratie ontbreekt, acht het hof de enkele datum van toezending op de beslissing van de kantonrechter onvoldoende om aannemelijk te achten dat verzending op 18 juli 2019 heeft plaatsgevonden. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld wanneer de beroepstermijn is aangevangen. Gelet hierop acht het hof het hoger beroep van de betrokkene ontvankelijk.
5. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 340,- opgelegd voor: “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 23 mei 2018 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
6. De betrokkene voert aan haar scooter was gestolen en op 23 mei 2018 is gevonden door de politie. Zij kon niet rijden op de scooter, omdat er onderdelen ontbraken. De scooter werd opgehaald door een monteur van de garage. De verzekering was tijdelijk stopgezet om fraude in verband met de diefstal te voorkomen. De scooter is alsnog verzekerd op 25 mei 2018.
7. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Deze bepaling brengt mee dat voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven, degene aan wie het kenteken is opgegeven een verzekering overeenkomstig deze wet moet afsluiten en in stand houden.
8. Uit artikel 67, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 blijkt dat de betrokkene als kentekenhouder van het motorrijtuig er verantwoordelijk voor is om, indien met het voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, de Dienst Wegverkeer te verzoeken de tenaamstelling in het kentekenregister te schorsen. Deze schorsing brengt mee dat de verzekeringsplicht gedurende de periode van schorsing niet geldt (artikel 2, derde lid, WAM) en de betrokkene dus niet strafbaar is wanneer er dan geen verzekering van kracht is (artikel 30, derde lid, WAM).
9. Gelet op de stukken uit het dossier is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Ten tijde van de registercontrole was het op naam van de betrokkene gestelde voertuig niet verzekerd en de tenaamstelling in het kentekenregister evenmin geschorst.
10. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er desondanks redenen zijn om te bepalen dat oplegging van de sanctie niet billijk is of het bedrag van de sanctie moet worden verlaagd of op nihil moet worden gesteld.
11. Uit de door de advocaat-generaal verstrekte gegevens blijkt dat de onderhavige bromfiets tot 23 april 2018 was verzekerd. Uit de door de betrokkene meegezonden stukken blijkt dat zij op 23 april 2018 aangifte heeft gedaan van diefstal van een bromfiets In het proces-verbaal van aangifte is weliswaar geen kenteken vermeld, maar met de advocaat-generaal gaat het hof ervan uit dat deze aangifte de bromfiets van de betrokkene met het kenteken [YY-000-Y] betreft. Uit de RDW-bevraging is gebleken dat de betrokkene alleen dit kenteken op haar naam heeft staan.
12. Uit de aangifte blijkt dat het voertuig tussen 20 april 2018 en 23 april 2018 is ontvreemd. De betrokkene heeft de verzekering per 23 april 2018 stopgezet met het oog op mogelijke fraude. De onderhavige gedraging is op 23 mei 2018 geconstateerd. Op die dag is haar bromfiets door de politie gevonden en aan de betrokkene overgedragen, zo heeft de betrokkene gesteld. Uit het door de advocaat-generaal ingestelde onderzoek is een andere gang van zaken niet gebleken. De scooter is door de betrokkene weer verzekerd op 25 mei 2018. Volgens de betrokkene moest de scooter nadat die door de politie was gevonden, worden gerepareerd omdat onderdelen ontbraken.
13. Op zichzelf kan de betrokkene worden tegengeworpen dat zij de tenaamstelling in het kenteken niet heeft geschorst. Dit betekent dat niet kan worden geoordeeld dat oplegging van een sanctie voor deze gedraging niet billijk is. De zich hier voordoende omstandigheden brengen wel mee dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd tot nihil. Gelet hierop beslist het hof als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking waarbij, onder CJIB-nummer 218196978, aan de betrokkene een sanctie is opgelegd in die zin dat het bedrag van de sanctie op nihil wordt gesteld.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.