ECLI:NL:GHARL:2020:3501

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2020
Publicatiedatum
1 mei 2020
Zaaknummer
21-003866-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a SvArt. 533 SvArt. 530 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding immateriële schade en proceskosten na onherroepelijk vrijspraak in strafzaak

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade en gemaakte kosten in verband met een strafzaak die onherroepelijk zonder oplegging van straf of maatregel is geëindigd. Hij verbleef van 3 april 2017 tot 31 augustus 2017 in voorarrest, waarvan drie dagen op een politiebureau, en heeft daardoor schade geleden.

Daarnaast heeft verzoeker kosten voor rechtsbijstand gemaakt, die gespecificeerd zijn en waarvoor hij eveneens vergoeding vraagt. De verzoeken ex artikel 533 en Pro 530 Sv zijn samenhangend behandeld, en de kosten voor het indienen van de verzoekschriften worden eveneens vergoed.

Het hof heeft op billijke gronden besloten om een totaalbedrag van €23.120,42 toe te kennen, bestaande uit vergoeding voor immateriële schade, rechtsbijstandskosten en indieningskosten. De beschikking is buiten zitting behandeld vanwege de coronamaatregelen en met instemming van de advocaat-generaal.

De griffier wordt opgedragen het bedrag over te maken op de rekening van de advocaat van verzoeker, onder vermelding van de zaakgegevens. De uitspraak is gedaan door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 1 mei 2020.

Uitkomst: Verzoeker wordt een vergoeding van €23.120,42 toegekend voor immateriële schade en proceskosten na onherroepelijke vrijspraak.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003866-17
AV-nummers: 000766-19 en 000767-19
Uitspraak d.d.: 1 mei 2020
Beslissing van de meervoudige raadkamer op de verzoeken ex artikel 89 (oud) en artikel 591a (oud), thans artikel 533 en Pro artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
wonende te [woonplaats] ,
voor deze zaak woonplaats kiezende te 1017 VW Amsterdam, Falckstraat 14, ten kantore van zijn advocaat mr. J-H.L.C.M. Kuijpers,
hierna te noemen verzoeker.
Procesgang
Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor geleden schade en gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker, zoals nader in de verzoekschriften aangegeven, en voorts een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van beide verzoekschriften.
De verzoeken konden niet in openbare raadkamer behandeld worden in verband met de Coronamaatregelen. Verzoeker heeft aangedrongen op afhandeling van de verzoeken buiten zitting omdat hij een groot belang heeft bij een tijdige beslissing. De advocaat-generaal heeft hiermee ingestemd. Het hof acht het in dit geval verantwoord om de verzoeken buiten zitting af te doen gelet op de inhoud daarvan en het standpunt van de advocaat-generaal daarover. Met het oog op de externe openbaarheid zal deze beschikking worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Beoordeling van het verzoek
Bij onherroepelijk arrest van dit hof van 21 februari 2019, parketnummer 21-003866-17, is de strafzaak tegen verzoeker geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
Verzoeker heeft van 3 april 2017 tot 31 augustus 2017 in voorarrest doorgebracht, waarvan 3 dagen op een politiebureau.
Verzoeker heeft ten gevolge van voormelde detentie schade geleden. Hij verzoekt vergoeding daarvan overeenkomstig de daarvoor gebruikelijke tarieven. Ook heeft hij ten behoeve van zijn verdediging kosten voor rechtsbijstand gemaakt. De kosten daarvan zijn gespecificeerd.
De verzoekschriften ex artikel 533 Sv Pro en ex artikel 530 Sv Pro zijn samenhangende verzoeken die gelijktijdig zijn behandeld. De kosten ervan zullen worden vergoed overeenkomstig de ter zake geldende landelijke gehanteerde uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 280,- voor de indiening.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoeker de navolgende vergoeding toe te kennen:
- immateriële schade voorarrest (150 dagen waarvan 3 dagen
op een politiebureau) € 12.075,-
- kosten rechtsbijstand € 10.765,42
- kosten indienen verzoek
€ 280,00 +
Totaal € 23.120,42
BESLISSING
Het hof:
Kent toe aan verzoeker [verzoeker] een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van €
23.120,42 (drieëntwintigduizend honderden twintig euro en tweeënveertig eurocent).
Beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer NL74ABNA0424487136, ten name van Stichting Beheer Derdengelden Kuijpers & Nillesen Advocaten te Amsterdam, onder vermelding van " [verzoeker] /20190462."
Aldus gegeven door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. P.W.J. Sekeris en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.H. Smeitink, griffier,
door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 1 mei 2020 ter openbare zitting uitgesproken.