Uitspraak
[verzoeker] ,
€ 280,00 +
23.120,42 (drieëntwintigduizend honderden twintig euro en tweeënveertig eurocent).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade en gemaakte kosten in verband met een strafzaak die onherroepelijk zonder oplegging van straf of maatregel is geëindigd. Hij verbleef van 3 april 2017 tot 31 augustus 2017 in voorarrest, waarvan drie dagen op een politiebureau, en heeft daardoor schade geleden.
Daarnaast heeft verzoeker kosten voor rechtsbijstand gemaakt, die gespecificeerd zijn en waarvoor hij eveneens vergoeding vraagt. De verzoeken ex artikel 533 en Pro 530 Sv zijn samenhangend behandeld, en de kosten voor het indienen van de verzoekschriften worden eveneens vergoed.
Het hof heeft op billijke gronden besloten om een totaalbedrag van €23.120,42 toe te kennen, bestaande uit vergoeding voor immateriële schade, rechtsbijstandskosten en indieningskosten. De beschikking is buiten zitting behandeld vanwege de coronamaatregelen en met instemming van de advocaat-generaal.
De griffier wordt opgedragen het bedrag over te maken op de rekening van de advocaat van verzoeker, onder vermelding van de zaakgegevens. De uitspraak is gedaan door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 1 mei 2020.
Uitkomst: Verzoeker wordt een vergoeding van €23.120,42 toegekend voor immateriële schade en proceskosten na onherroepelijke vrijspraak.