ECLI:NL:GHARL:2020:3513

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2020
Publicatiedatum
1 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.227.288/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 8:45, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep bestuursstrafrechtelijke zaak

In deze bestuursstrafrechtelijke zaak heeft de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie, welke door de kantonrechter ongegrond werd verklaard. Het hof vernietigde vervolgens de inleidende beschikking en informeerde betrokkene en zijn gemachtigde hierover.

Na deze vernietiging trok de betrokkene het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het hof beoordeelde welke proceshandelingen voor vergoeding in aanmerking kwamen. Het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift werden als proceshandelingen erkend.

Aanvullingen op de beroepsgronden kwamen niet voor vergoeding in aanmerking, maar het op verzoek van het hof indienen van beeldmateriaal wel. De vergoeding werd berekend op basis van punten en een wegingsfactor, resulterend in een bedrag van €918,75.

Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot betaling van deze proceskosten aan de gemachtigde van betrokkene. De uitspraak werd gedaan door rechter Sekeris, in aanwezigheid van griffier Bons, tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: De advocaat-generaal is veroordeeld tot het vergoeden van €918,75 aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.227.288/01
CJIB-nummer
: 163068998
Uitspraak d.d.
: 1 mei 2020
Beslissingop het verzoek om een kostenveroordeling ex artikel 13b van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften van

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie op 25 april 2017 ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 31 januari 2020 wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.

Het verdere procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft, zoals verzocht in het tussenarrest, beeldmateriaal in het geding gebracht.
Bij brief van17 februari 2020 heeft de advocaat-generaal het hof bericht dat de inleidende beschikking is vernietigd en dat de betrokkene en de gemachtigde daarover zijn geïnformeerd.
Bij brief van 21 februari 2020 heeft de gemachtigde van de betrokkene het hof bericht dat het hoger beroep wordt ingetrokken. Hierbij is verzocht om een proceskostenvergoeding.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend.
2. De gemachtigde heeft tevens aangegeven dat hij als proceshandelingen heeft verricht: het indienen van aanvullingen op 1 februari 2018, 20 februari 2018 en 4 februari 2020.
3. Bij faxberichten van 1 en 20 februari 2018 heeft de gemachtigde de gronden van beroep aangevuld. Deze proceshandelingen komen ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) niet voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde heeft op verzoek van het hof beeldmateriaal in het geding gebracht. Deze proceshandeling komt wel voor vergoeding in aanmerking (vergelijk artikel 8:45, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht). Overeenkomstig het Besluit dient hiervoor een 0,5 punt te worden toegekend.
4. De waarde per punt bedraagt € 525,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 918,75 (= 3,5 x € 525,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75 over te maken naar het rekeningnummer van mr. C.M.J.E.P. Meerts te Beegden.
Deze beslissing is gegeven door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.