ECLI:NL:GHARL:2020:3520

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2020
Publicatiedatum
1 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.268.413/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijkheid over zekerheidstelling in bestuursstrafzaak

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid. Zekerheidstelling is een vereiste voor ontvankelijkheid, maar het hof constateerde dat in de relevante periode de brieven waarin de betrokkene werd geïnformeerd over deze verplichting niet zijn verzonden.

Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de betrokkene niet tijdig zekerheid had gesteld. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank. De kantonrechter moet een nieuwe termijn bepalen waarbinnen alsnog zekerheid kan worden gesteld.

De griffier van de rechtbank dient de betrokkene hierover te informeren conform artikel 11, vierde lid, van de Wahv. Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 1 mei 2020.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met nieuwe termijn voor zekerheidstelling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.268.413/01
CJIB-nummer
: 221187558
Uitspraak d.d.
: 1 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 24 oktober 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.
2. Zekerheidstelling is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter. Dit betekent dat de kantonrechter de bezwaren tegen de oplegging van de administratieve sanctie pas kan behandelen, wanneer een betrokkene zekerheid heeft gesteld. De verplichting om zekerheid te stellen loopt niet vooruit op de vraag of een betrokkene een gedraging heeft verricht. De verdedigingsmogelijkheden van een betrokkene worden er niet door beperkt. Ook als de betrokkene de sanctie niet terecht vindt, moet zekerheid worden gesteld. Als het beroep gegrond wordt verklaard, wordt het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene terugbetaald. Bij ongegrondverklaring van het beroep wordt het bedrag van de opgelegde sanctie met het bedrag van de zekerheid verrekend.
3. In het dossier bevinden zich drie brieven van de officier van justitie aan de betrokkene, waarin mededeling is gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen voor de betaling van de administratieve sanctie en de administratiekosten, te weten van 6 juni 2019, 27 juni 2019 en 15 juli 2019. De advocaat-generaal heeft erop gewezen dat in deze zaak de zekerheidsbrief van 15 juli 2019 niet is verzonden. Het is het hof echter ambtshalve bekend dat in de in deze zaak relevante periode de tweede en volgende zekerheidsbrieven niet zijn verzonden. Het hof houdt het daarom ervoor dat de brief van 27 juni 2019 evenmin is verzonden.
4. Het voorgaande brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat niet tijdig zekerheid is gesteld. Gelet hierop moet de beslissing van de kantonrechter worden vernietigd en de zaak worden teruggewezen naar de rechtbank. Na terugwijzing van de zaak moet de kantonrechter een nieuwe termijn bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in artikel 11 van Pro de Wahv kan stellen. Dit moet de griffier van de rechtbank vervolgens aan de betrokkene mededelen (artikel 11, vierde lid, van de Wahv).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.