ECLI:NL:GHARL:2020:355
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in verkeersboetezaak
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had een beslissing genomen die het hof vernietigt omdat niet is vastgesteld dat de gemachtigde behoorlijke gelegenheid heeft gehad zijn zienswijze toe te lichten.
De kern van het geschil betreft de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de officier van justitie, omdat ondanks een herstelmogelijkheid geen juiste machtiging is overgelegd. De gemachtigde ontkent de ontvangst van een herstelverzuimbrief, maar het hof acht de verzendadministratie voldoende bewijs van verzending en oordeelt dat de ontkenning onvoldoende is onderbouwd.
Het hof verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De inleidende beschikking blijft in stand. De uitspraak is gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een juiste machtiging.