ECLI:NL:GHARL:2020:359

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2020
Publicatiedatum
15 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.243.432/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctie parkeren op parkeerplaats met bord E9 en onderbord 'alleen voor autodate'

De betrokkene kreeg een sanctie van €90 opgelegd voor het parkeren op een parkeergelegenheid terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie behoorde. Dit zou hebben plaatsgevonden op 15 april 2017 te 's-Gravenhage. De betrokkene stelde dat het eerder toegestaan was om daar onbetaald te parkeren en dat de tijdelijke wijziging onduidelijk was aangegeven.

De gedraging betrof overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d sub 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat betrekking heeft op parkeren op een parkeergelegenheid aangeduid met bord E8. Uit het dossier bleek echter dat het bord ter plaatse een E9 was met een onderbord 'alleen voor autodate', wat duidt op een parkeerplaats voor vergunninghouders.

Het hof stelde vast dat hier geen sprake was van een E8-bord en dat de sanctie daarom onterecht was opgelegd. Hoewel mogelijk sprake was van een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g RVV 1990 (feitcode R397I), kon de gedraging niet worden gewijzigd omdat de betrokkene daardoor in zijn verdedigingsbelangen zou worden geschaad.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de sanctie van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigd en het gestelde bedrag aan de betrokkene gerestitueerd.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctie en verklaart het beroep gegrond, restitueert het gestelde bedrag aan de betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.243.432/01
CJIB-nummer
: 206883215
Uitspraak d.d.
: 15 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 3 mei 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “Parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie op groep voertuigen behoorde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 april 2017 om 16:15 uur op de Balistraat in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De betrokkene voert hiertegen aan dat het eerder wel was toegestaan om ter plaatse (onbetaald) te parkeren en dat het onduidelijk was aangegeven dat de situatie tijdelijk was veranderd.
3. De onderhavige gedraging, met feitcode R397D, ziet op overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d sub 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Hierin is bepaald dat de bestuurder zijn voertuig niet mag parkeren op een parkeergelegenheid voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen. Het bord dat hier wordt bedoeld is het bord E8 uit bijlage 1 bij het RVV 1990.
4. In het dossier bevindt zich onder meer een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Hierin verklaart hij als volgt: “Ik zag (…) dat een personenauto, (…) kenteken [YY-YY-00] geparkeerd stond op een parkeergelegenheid voor vergunninghouders.”
5. Bij dit proces-verbaal bevindt zich een aantal foto’s. Hierop is het voertuig met voormeld kenteken te zien, waarbij een bord E9 als bedoeld in voormelde bijlage is geplaatst, dat duidt op de aanwezigheid van een parkeerplaats voor vergunninghouders. Onder dat bord is een onderbord aangebracht met de tekst: “alleen voor autodate”.
6. Op grond van de verklaring van de ambtenaar en de hiervoor beschreven foto’s stelt het hof vast dat zich hier niet de situatie voordoet dat sprake is van een parkeerverbod dat wordt aangegeven met een bord E8. Gelet hierop had geen sanctie mogen worden opgelegd voor de onder 1 genoemde en in de inleidende beschikking omschreven gedraging.
7. De verklaring van de ambtenaar en de foto’s bieden mogelijk aanknopingspunten voor het oordeel dat het voertuig met voormeld kenteken in strijd met artikel 24, eerste lid aanhef en onder g van het RVV 1990 op een met het bord E9 aangeduide parkeerplaats voor vergunninghouders stond geparkeerd. Overtreding van deze bepaling betreft de gedraging met feitcode R397I.
8. Wijziging van de omschrijving van de gedraging en de feitcode is slechts mogelijk indien de betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad. Aan deze voorwaarde is niet voldaan, nu de betrokkene op zodanige wijziging niet heeft kunnen reageren.
9. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag dient aan de betrokkene te worden gerestitueerd.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.