ECLI:NL:GHARL:2020:3594

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2020
Publicatiedatum
7 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.203.759/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeren op zandstrook tussen rijbaan en fietspad

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het niet gebruiken van de rijbaan met een motorvoertuig op 7 februari 2015 te Sint-Michielsgestel. De betrokkene stelde dat het voertuig geparkeerd stond op een zandstrook tussen de rijbaan en het fietspad, die feitelijk als berm fungeert en waar binnen de bebouwde kom geen parkeerverbod geldt.

Het dossier bevatte onvoldoende informatie om vast te stellen dat deze zandstrook niet als een ander weggedeelte in de zin van artikel 10 RVV Pro 1990 kan worden beschouwd, waar parkeren niet verboden is. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden.

De kantonrechter had het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard, maar het hof vernietigt deze beslissing en de sanctiebeschikking. Tevens wordt de proceskostenvergoeding voor de betrokkene in hoger beroep vastgesteld op € 262,50.

Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 7 mei 2020.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de betrokkene niet de rijbaan gebruikte.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.203.759/01
CJIB-nummer
: 187586211
Uitspraak d.d.
: 07 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2016, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 245,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 18 juli 2018 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen.

De beoordeling

1. De bezwaren richten zich tegen de beslissing van de kantonrechter om het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond te verklaren. Bij die beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 februari 2015 om 05:21 uur op de Schijndelseweg in Sint-Michielsgestel met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. Door de gemachtigde van de betrokkene wordt aangevoerd dat de gedraging niet begaan is. Het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een zandstrook tussen de rijbaan en het fietspad. De zandstrook doet feitelijk dienst als berm. De plaats waar het voertuig van de betrokkene stond was geen rijbaan of trottoir. Binnen de bebouwde kom van Sint-Michielsgestel zijn geen beperkingen gesteld aan het plaatsen van voertuigen in bermen of zand en groenstroken.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Voertuig staat op een zandstrook tussen de rijbaan en het fietspad. Er zijn voldoende parkeerplaatsen in de omgeving. Overtreden artikel: 10 lid 1 RVV 1990.”
Meer informatie over de gedraging bevat het dossier niet.
4. Niet kan worden vastgesteld dat de zandstrook tussen de rijbaan en het fietspad niet een ander weggedeelte in de zin van artikel 10, eerste lid, tweede volzin, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is. Dit betekent dat deze bepaling het parkeren op de zandstrook -zonder nadere informatie die hier ontbreekt- niet verbiedt. Dit betekent dat op basis van dit dossier niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
5. De beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard, kan derhalve niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als hieronder aangegeven.
6.
De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter heeft reeds een proceskostenvergoeding toegekend voor de procedure van het administratief beroep en de procedure bij de kantonrechter. De gemachtigde heeft die beslissing niet betwist. Het hof zal een proceskostenvergoeding toekennen voor de procedure in hoger beroep. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient een procespunt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 262,50.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 262,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen.