Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De slotsom
7.De beslissing
uiterlijk op 15 juli 2020aan het hof en de vrouw dient te verstrekken;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2004 gehuwd en in 2015 gescheiden. De vrouw vordert partneralimentatie en verdeling van onroerend goed in Indonesië, hetgeen de rechtbank eerder afwees. Het hof behandelt het hoger beroep en verhoogt de partneralimentatie naar €861 bruto per maand met ingang van 29 april 2019.
De vrouw is arbeidsongeschikt en heeft een netto behoefte van circa €2.440 per maand, terwijl haar netto besteedbaar inkomen €1.902 bedraagt. De man heeft een bruto inkomen van circa €42.563 in 2019, inclusief pensioen en loon uit dienstverband, ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd. Het hof houdt rekening met woonlasten, ziektekosten en advocaatkosten bij de draagkrachtberekening.
Ten aanzien van het onroerend goed in Indonesië is onduidelijkheid over het eigendom en de verdeling. De man stelt afstand te hebben gedaan van zijn erfdeel volgens Indonesisch volksrecht, terwijl de vrouw betwist dat dit rechtsgeldig is zonder notariële akte. Het hof draagt de man op om nadere informatie en verifieerbare stukken te verstrekken over het Indonesisch erfrecht en het onroerend goed, met beëdigde vertalingen.
De beslissing over de verdeling van het onroerend goed wordt aangehouden totdat deze informatie is ontvangen en beoordeeld. De vrouw krijgt vervolgens gelegenheid om te reageren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €861 bruto per maand vanaf 29 april 2019; beslissing over verdeling onroerend goed Indonesië aangehouden voor nadere informatie.