ECLI:NL:GHARL:2020:384

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 januari 2020
Publicatiedatum
16 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.224.983/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onduidelijkheid meetapparatuur snelheidsovertreding

Betrokkene werd een administratieve sanctie van €209 opgelegd voor een snelheidsovertreding van 22 km/h binnen de bebouwde kom op 19 juni 2016. De sanctie was gebaseerd op gegevens waarvan onduidelijk was of deze met radar of lusdetectie waren gemeten.

De gemachtigde van betrokkene stelde dat het dossier geen duidelijkheid gaf over het gebruikte meetinstrument, waardoor betrokkene zich niet adequaat kon verdedigen. Het hof concludeerde dat het zaakoverzicht niet de juiste gegevens bevatte en dat de snelheid was gemeten met lusdetectie, in tegenstelling tot eerdere vermelding van radar.

Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €656,25 toegekend aan betrokkene wegens het voeren van hoger beroep en aanvullende beroepschriften.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens snelheidsovertreding wordt vernietigd vanwege onduidelijkheid over het gebruikte meetinstrument.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.224.983/01
CJIB-nummer
: 199014030
Uitspraak d.d.
: 16 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard, met verbetering van gronden. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 209,- voor: “overschrijding van de maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 22 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juni 2016 om 20.56 uur op de Capelseweg in Capelle aan de IJssel met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat in deze zaak, anders dan de kantonrechter in zijn beslissing heeft overwogen, uit niets blijkt dat de gedraging is vastgesteld met behulp van lusdetectie. Ter zitting kon (de zittingsvertegenwoordiger van) de officier van justitie geen duidelijkheid verschaffen omtrent het meetmiddel. De gemachtigde kon zich om die reden niet adequaat verdedigen. Bij deze stand van zaken komen de beslissing van de kantonrechter en de inleidende beschikking voor vernietiging in aanmerking, aldus de gemachtigde.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
4. Het dossier bevat voorts twee foto's van de gedraging. Daarop is te zien dat het voertuig met bovenvermeld kenteken ter plaatse rijdt. De gedragingsgegevens die zijn vermeld in de databalk bovenaan de foto's komen overeen met de gedragingsgegevens zoals die zijn opgenomen in de inleidende beschikking. Voorts is aan de onderzijde van de foto’s respectievelijk vermeld, voor zover van belang:
Datum: 19-06-2016 20:56:29 CEST Datum: 19-06-2016 20:56:29 CEST
Fotonummer: A Fotonummer: B
Intervaltijd: 0,000 s Intervaltijd: 0,201 s
Lusafstand 250 cm Lusafstand 250 cm
5. Uit de gegevens bij de foto’s leidt het hof af dat, in tegenstelling tot hetgeen hieromtrent in het zaakoverzicht is vermeld, de snelheid is gemeten door middel van lusdetectie.
6. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat het zaakoverzicht niet de voor de sanctieoplegging relevante gegevens bevat dan wel dat in het zaakoverzicht niet de gegevens zijn opgenomen die de ambtenaar voor de oplegging van de sanctie heeft gebruikt. Nu het zaakoverzicht de basis is voor de opgelegde sanctie kan de inleidende beschikking niet in stand blijven en zal het hof beslissen als hierna vermeld.
7. Gegeven deze beslissing ziet het hof aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding. Aan het indienen van een hoger beroepschrift, een beroepschrift en (naar aanleiding van de tussenbeslissing van de kantonrechter in reactie op door de officier van justitie verstrekte informatie) als dupliek te duiden aanvullend beroepschrift dienen in totaal 2,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 656,25.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder
CJIB-nummer 199014030 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 656,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.