ECLI:NL:GHARL:2020:3858

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 mei 2020
Publicatiedatum
18 mei 2020
Zaaknummer
21-005042-18
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14g SrArt. 14h Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt gevangenisstraf voor recidive inbraak met bijzondere voorwaarden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan in een zaak van inbraak gepleegd op 3 augustus 2018. Verdachte werd ervan verdacht een bedrijfsinbraak te hebben gepleegd waarbij flessen sterke drank en een geldcassette werden weggenomen door middel van braak.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de dader was, mede op basis van getuigenverklaringen, aangifte, aangetroffen goederen en overeenkomsten in kleding en signalement. Verdachte had eerder een soortgelijk delict gepleegd waarvoor hij reeds was veroordeeld, waardoor sprake was van recidive.

Gelet op de ernst van het feit, de recidive en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder problematiek op het gebied van huisvesting, financiën, middelengebruik en psychosociaal functioneren, legde het hof een gevangenisstraf van vier maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij werden bijzondere voorwaarden gesteld, zoals begeleiding door de reclassering, behandeling bij een forensische polikliniek en deelname aan een begeleid wonen traject.

Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 30 dagen. Het hof achtte verlenging van de proeftijd niet nodig. De straf werd verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straf.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005042-18
Uitspraak d.d.: 20 mei 2020
TEGENSPRAAK
Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 10 september 2018 met parketnummer 18-720276-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-720391-17, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
ingeschreven te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. J.J. de Vries, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft de verdachte bij vonnis van 10 september 2018, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld ter zake van het tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 12 maart 2018 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, parketnummer 18-720391-17, toegewezen.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het hof tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 augustus 2018, te [plaats] , in de gemeente [plaats] , in of uit een (bedrijfs)pand, een aantal flessen (sterke) drank en/of een geldcassette (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan het bedrijf [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen flessen drank en/of geldcassette (met inhoud) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de hierna vermelde bewijsmiddelen. [1] Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.
Uit de aangifte van [aangever] namens [bedrijf 1] en [bedrijf 2] blijkt dat op vrijdag 3 augustus 2018 tussen 03:10 uur en 11:00 uur is ingebroken in het bedrijfspand van [bedrijf 1] aan de [adres] te [plaats] . Het glas van het raam naast de voordeur was kapot. Er zijn flessen sterke drank weggenomen, te weten een fles Dimple Golden Selection whisky, een fles Bacardi en een fles Johnny Walker Red Label whisky. Daarnaast was er schade aan de gokkasten en mistte uit één gokkast een zwarte cassette voor briefgeld. De geldcassette uit de gokkast was eigendom van [bedrijf 2] . [2]
Getuige [getuige 1] zag op vrijdag 3 augustus 2018 omstreeks 07:00 uur glas liggen voor het pand van [bedrijf 1] . Zij zag een man uit het pand naar buiten klimmen uit een raam dat kapot was. De man had een blauwe hoes om zijn elleboog. De man was licht getint, ongeveer 1.68 meter lang, had zwart krullend haar, was rond de 40 jaar oud, droeg een vies, grijs t-shirt, een spijkerbroek en zwarte schoenen. Wat de getuige verder opviel is dat de man een soort traantjes onder zijn ogen had getatoeëerd. [3] Getuige [getuige 1] heeft een foto van de man gemaakt. [4]
Diezelfde dag, omstreeks 09:15 uur, kwam getuige [getuige 2] op het politiebureau. Hij vertelde aan verbalisant [verbalisant 1] dat verdachte in zijn huis, aan de [adres] te [plaats] , zat. Hij vertelde verder dat verdachte die nacht rond 05:00 uur aan [getuige 2] vroeg of hij een schroevendraaier voor hem had omdat hij deze nodig had om iets open te breken. Verdachte droeg toen een grijs t-shirt en een spijkerbroek. Verdachte is daarna weggegaan en rond 07:25 uur kwam hij terug met een zwart vierkant voorwerp dat leek op een geldkist. Verdachte zei tegen hem dat hij dacht dat hij de jackpot had. [5]
Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben verdachte diezelfde dag om 12:03 uur in de woning van [getuige 2] aangehouden. In het midden van de woonkamer lag een zwart metalen kistje. Op het kistje zat een sticker met de tekst " [naam bedrijf 2] ". Ook werd in de woning een blauw matje aangetroffen dat niet van [getuige 2] was. [6] Tevens werden in de woning drie lege flessen drank aangetroffen van dezelfde merken als de gestolen flessen drank uit [bedrijf 1] . [7]
Verbalisant [verbalisant 1] zag dat verdachte tijdens zijn verhoor een lichtgrijs t-shirt droeg en een blauwgrijze spijkerbroek. De kleding kwam overeen met de kleding van de persoon op de door getuige [getuige 1] gemaakte foto. Verder kwam de lengte, huids- en haarkleur van verdachte overeen met het signalement opgegeven door getuige [getuige 1] . Verbalisant [verbalisant 1] zag verder dat verdachte meerdere verwondingen in zijn gezicht had, onder meer korstvorming onder zijn rechteroog. Verbalisant acht de kans groot dat getuige [getuige 1] de korstjes heeft aangezien voor getatoeëerde traantjes. [8]
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die heeft ingebroken bij [bedrijf 1] en de buitgemaakte goederen heeft weggenomen. Verdachtes verklaring waarin hij ontkent de dader van de inbraak te zijn, acht het hof ongeloofwaardig.
Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 6 april 2020 blijkt dat verdachte eerder, te weten op 12 maart 2018, door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland onherroepelijk is veroordeeld wegens een inbraak tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 3 augustus 2018, te [plaats] , uit een bedrijfspand, een aantal flessen sterke drank en een geldcassette, die toebehoorde aan het bedrijf [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk delict in kracht van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak waarbij hij flessen drank en een geldcassette uit een gokkast heeft weggenomen. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van het gedupeerde bedrijf en schade en overlast veroorzaakt.
Het hof heeft acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 april 2020. Hieruit blijkt dat verdachte eerder, meerdere malen onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten, waaronder ook soortgelijke feiten. Deze eerder opgelegde straffen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een soortgelijk strafbaar feit te plegen.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van het omtrent de persoon van verdachte opgemaakte reclasseringsadvies d.d. 7 mei 2020 en de overige zich in het dossier bevindende rapportages omtrent de persoon van verdachte, alsmede hetgeen verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte naar voren hebben gebracht. Bij verdachte is sprake van diverse problematiek, onder meer op het gebied van huisvesting, financiën, zijn sociale netwerk, alcohol- en drugsgebruik en zijn psychosociaal functioneren. Hoewel verdachte zich overwegend ontvankelijk en meewerkend opstelt jegens hulpverlening, zijn diverse hulpverleningstrajecten in het verleden mislukt. Inmiddels is verdachte aangemeld voor een intensief begeleid wonen traject, het zogenoemde Housing First traject. Vanaf 1 juni 2020 zal gekeken worden naar huisvestingsmogelijkheden voor verdachte. Op zijn vroegst zou in september 2020 huisvesting beschikbaar kunnen zijn.
Gelet op de ernst van het feit en de forse justitiële documentatie van verdachte, acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, passend en geboden. Het hof acht het gelet op de problematiek van verdachte noodzakelijk dat hij ook de komende jaren nog zal worden begeleid door de reclassering. Het hof zal om die reden de helft van voornoemde gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals deze hierna nader zullen worden gespecificeerd.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Noord-Nederland van 12 maart 2018 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, parketnummer 18-720391-17. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsman van verdachte is bepleit, de proeftijd te verlengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 14h, 14i, 14j, 43a, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- de verdachte zich gedurende de volledige proeftijd meldt bij de reclassering van Verslavingszorg Noord-Nederland, Oostergoweg 6 te Leeuwarden, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- de verdachte zich gedurende de proeftijd van 3 jaren of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, indien en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht door de reclassering, onder behandeling zal stellen van de forensische polikliek VNN, of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde mee te werken aan diagnostiek en zich te laten behandelen voor de daaruit voortvloeiende stoornis. Indien een kortdurende klinische opname geïndiceerd wordt geacht vanwege een verhoogde kans op risicovolle situaties door terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrisch toestandsbeeld, zal verdachte zich gedurende 7 weken, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laten opnemen in het Intramuraal Motivatie Centrum of een soortgelijke instelling, teneinde mee te werken aan crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek;
- de verdachte gedurende de volledige proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich zal houden aan de huisregels en het dagprogramma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;
- de verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, waarbij verdachte de reclassering inzicht moet verlenen in zijn financiën en schulden;
- de verdachte meewerkt aan adem- en urinecontroles gericht op het detecteren van zijn middelengebruik, teneinde zijn middelengebruik te beheersen.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 12 maart 2018, parketnummer
18-720391-17, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) dagen.
Aldus gewezen door
mr. L.J. Hofstra, voorzitter,
mr. E.M.J. Brink en mr. I.M. Dölle, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Nicolai, griffier,
en op 20 mei 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. I.M. Dölle is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.In de hierna in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen wordt telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0100-2018203420, gesloten en getekend op 5 augustus 2018 door [verbalisant 4] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland.
2.Proces-verbaal aangifte d.d. 3 augustus 2018 (als bijlage op pagina 20 e.v. van voornoemd proces-verbaal) inhoudende de verklaring van [aangever] .
3.Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 augustus 2018 (als bijlage op pagina 26 e.v. van voornoemd proces-verbaal) inhoudende de verklaring van [getuige 1] .
4.Foto op pagina 28 van voornoemd proces-verbaal.
5.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 augustus 2018 (als bijlage op pagina 30 van voornoemd proces-verbaal) inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .
6.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 augustus 2018 (als bijlage op pagina 31 e.v. van voornoemd proces-verbaal) inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] .
7.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2018 (losbladig) inhoudende het relaas van [verbalisant 3] .
8.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 augustus 2018 (als bijlage op pagina 33 van voornoemd proces-verbaal) inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .