AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging beslissing kantonrechter in hoger beroep Wahv-snelheidsoverschrijding met verbeterde motivering
De betrokkene ging in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een snelheidsovertreding op de Serooskerkseweg met een boete van €97,-. De kantonrechter had het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de beslissing vernietigd, maar het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
De gemachtigde voerde onder meer aan dat geen proces-verbaal van de zitting was opgemaakt en dat stukken niet kosteloos werden toegezonden. Het hof stelde vast dat wel een proces-verbaal bestond en dat betaling voor stukken terecht werd verlangd. Het verzoek tot aanhouding was niet gemotiveerd en mocht worden gepasseerd, hoewel dit in de beslissing vermeld had moeten worden.
Verder werden bezwaren tegen de individualiseerbaarheid van de overtreding en tegen de koppeling van foto's aan het zaakoverzicht verworpen. Ook het verweer dat het meetmiddel niet juist was gebruikt, werd ongegrond verklaard. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter met verbeterde motivering en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.212.341/01
CJIB-nummer
: 196873959
Uitspraak d.d.
: 20 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 februari 2017, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, voor zover dat beroep was gericht tegen het feit dat de officier van justitie het aanvankelijke beroep kennelijk ongegrond heeft verklaard en het voor het overige ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 13 oktober 2017, 25 oktober 2017 en 16 juli 2018 zijn nog brieven van de gemachtigde ontvangen. Een afschrift van de op 17 en 25 oktober 2017 ontvangen brieven is naar de advocaat-generaal toegezonden.
De beoordeling
1. Het hof zal in het licht van de gebezigde overwegingen de beslissing van de kantonrechter verbeterd lezen in die zin dat de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond heeft verklaard, die beslissing heeft vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond heeft verklaard. De betrokkene is hierdoor niet in zijn rechtens te erkennen belangen geschaad.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting bij de kantonrechter een proces-verbaal is opgemaakt. De griffier van de rechtbank heeft hiervan geen afschrift toegezonden na het instellen van hoger beroep. Het is vaste rechtspraak van het hof dat van iedere zitting een proces-verbaal behoort te worden opgemaakt waarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen ter zitting is voorgevallen, is vervat. Nu de beslissing van de kantonrechter hieraan niet voldoet, kan deze beslissing niet in stand blijven, aldus de gemachtigde.
3. Het verweer mist feitelijke grondslag. Het dossier bevat wel een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van 14 februari 2017. Het proces-verbaal behelst de zakelijke inhoud van de aldaar afgelegde verklaringen en van hetgeen verder op de zitting is voorgevallen, waaronder de conclusie waartoe de vertegenwoordiger van de officier van justitie is gekomen. Hiermee is voldaan aan het bepaalde in artikel 12 junctoPro artikel 13, tweede en derde lid, van de Wahv.
Aan de omstandigheid dat het proces-verbaal niet door de griffier van de rechtbank na het instellen van hoger beroep aan de gemachtigde zou zijn toegezonden, komt niet de betekenis toe dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd.
4. Ook klaagt de gemachtigde erover dat de kantonrechter heeft overwogen dat de door hem gevraagde zaakstukken slechts tegen betaling konden worden toegezonden.
5. Deze klacht treft geen doel, gelet op de tekst van artikel 11, vijfde lid (destijds vierde lid), van de Wahv.
6. Voorts voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte niet heeft beslist op zijn gemotiveerde verzoek tot aanhouding.
7. Het hof stelt vast dat de gemachtigde de kantonrechter bij brief van 16 januari 2017 heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden en dat dat verzoek is gekoppeld aan de weigering van de griffier van de rechtbank om de gemachtigde stukken toe te sturen, anders dan tegen betaling. Nu terecht betaling is verlangd, kan van een gemotiveerd aanhoudingsverzoek niet worden gesproken, zodat de kantonrechter hieraan voorbij mocht gaan. De kantonrechter had dit wel in zijn beslissing moeten vermelden. Dit gebrek leent zich voor bevestiging van de beslissing met verbetering van gronden.
8. De gemachtigde heeft ook geklaagd over de beslissing van de officier van justitie. Nu de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie reeds heeft vernietigd, behoeven deze klachten geen bespreking meer.
9. De gemachtigde heeft verder verweer gevoerd tegen de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 97,- voor: “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen, met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 maart 2016 om 12:55 uur op de Serooskerkseweg N57 in Serooskerke met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
10. De gemachtigde voert in hoger beroep onder meer aan dat de gedraging bij gebrek aan de gevraagde stukken onvoldoende individualiseerbaar is.
11. De gemachtigde heeft onvoldoende onderbouwd waarom de plaatsaanduiding in de inleidende beschikking zodanig is dat bij de betrokkene redelijkerwijs misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de hem opgelegde sanctie betrekking heeft en waartegen hij zich moet verdedigen. Dit geldt te meer nu de foto’s en het zaakoverzicht aan de gemachtigde zijn toegezonden. Dit verweer wordt dan ook verworpen.
12. De gemachtigde stelt voorts dat de foto's van de gedraging op geen enkele wijze zijn te linken aan het overgelegde zaakoverzicht. Kenmerken, zaaknummers of een fotofilmnummer dat op de foto's is vermeld, stemmen niet overeen met die gegevens in het zaakoverzicht. Daarom valt, zo stelt hij, niet na te gaan of de in het zaakoverzicht weergegeven verklaring van de aangewezen ambtenaar hoort bij de overgelegde foto's.
13. Dit verweer treft geen doel. De eis die de gemachtigde kennelijk stelt, te weten dat kenmerken, zaaknummers en fotofilmnummer op de foto's ook in het zaakoverzicht moeten staan, vindt geen steun in het recht. In het dossier bevindt zich een foto van de gedraging, waarop is te zien dat het voertuig met voormeld kenteken ter plaatse rijdt. De gegevens op de foto komen, voor wat betreft de gegevens die betrekking hebben op de gedraging, overeen met de gegevens in het zaakoverzicht.
14. De gemachtigde voert ook nog aan dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat hier sprake is van het gebruik van een geijkt meetmiddel op de voorgeschreven wijze. Op de foto van de gedraging staat wel het nummer van de meeteenheid, maar op de plaats waar het nummer van de digitale camera behoort te staan dat op de NMI-verklaring staat, staat slechts "----".
15. Het verweer van de gemachtigde dat op de foto het cameranummer staat aangegeven met streepjes, mist feitelijk grondslag. Dit verweer wordt dan ook verworpen.
16. De bezwaren treffen geen doel. De kantonrechter heeft het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen, zij het, in verband met hetgeen in rechtsoverweging 7 is overwogen, met verbetering van gronden.
17. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.