ECLI:NL:GHARL:2020:399
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging faillissement na tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling
Appellant was toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling na opheffing van zijn faillissement in 2015. De rechtbank beëindigde de regeling tussentijds op grond van niet-naleving van verplichtingen, het ontstaan van nieuwe schulden en het benadelen van schuldeisers. Tevens werd bepaald dat appellant in staat van faillissement komt zodra het vonnis onherroepelijk wordt.
Appellant ging in hoger beroep tegen de faillietverklaring en voerde aan dat het eerdere faillissement was afgewikkeld zonder activa en dat een nieuw faillissement niet mogelijk is. De bewindvoerder stelde dat er wel baten zijn, waaronder twee horloges en mogelijk vermogen in ondernemingen.
Het hof oordeelde dat het eerdere faillissement de toepassing van artikel 350 lid 5 Faillissementswet Pro niet uitsluit. Er is aannemelijk dat er baten beschikbaar zijn, met name de horloges, waarvan de waarde minimaal €1.000,- bedraagt. De stellingen van appellant over eigendom en verpanding werden niet aannemelijk geacht. Daarom bevestigde het hof het vonnis dat appellant van rechtswege in faillissement komt na onherroepelijkheid van het vonnis.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat appellant van rechtswege in staat van faillissement komt na tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens beschikbare baten.