ECLI:NL:GHARL:2020:4009

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 mei 2020
Publicatiedatum
26 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.266.990/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen hoger beroep ingesteld tegen niet-ontvankelijkverklaring kantonrechter in bestuursstrafzaak

De betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk op 20 november 2018. Vervolgens heeft de gemachtigde van de betrokkene een brief gestuurd aan de officier van justitie met het verzoek om heroverweging van de sanctie, welke ten onrechte als hoger beroepschrift werd aangemerkt.

Het gerechtshof oordeelt dat uit de brief geen intentie blijkt om hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de kantonrechter. De gemachtigde was zich bewust dat tegen deze beslissing geen hoger beroep mogelijk is. Daarom verstaat het hof dat geen hoger beroep is ingesteld.

Het hof draagt de griffier op de brief door te sturen aan de officier van justitie voor verdere afdoening. Hiermee wordt bevestigd dat de procedure bij het hof niet ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van een geldig hoger beroep.

Uitkomst: Geen hoger beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.266.990/01
CJIB-nummer
: 218613684
Uitspraak d.d.
: 26 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 20 november 2018, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr.drs. A.C.M. Brom MA LLM,
kantoorhoudende te Eersel.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

Op 24 april 2019 heeft de CVOM een op 22 april 2019 gedateerd schrijven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Dit schrijven is doorgestuurd naar de rechtbank Oost-Brabant, alwaar het op 7 mei 2019 ter griffie is ontvangen, met het verzoek de behandeling over te nemen. De griffier van de rechtbank heeft dit schrijven aangemerkt als beroepschrift. Vervolgens is dit schrijven, alsmede het procesdossier, aan het hof toegezonden.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Bij beslissing van 20 november 2018 heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene gericht tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
2. De gemachtigde van de betrokkene heeft het schrijven van 22 april 2019 expliciet gericht aan de CVOM. Hij verzoekt de officier van justitie - onder meer - om tot heroverweging over te gaan van de jegens de betrokkene uitgevaardigde inleidende beschikking.
3. Uit de inhoud van voornoemd schrijven zijn geen bezwaren af te leiden tegen de beslissing van de kantonrechter. Ook blijkt hieruit niet dat de gemachtigde van de betrokkene de bedoeling heeft gehad hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de kantonrechter. De gemachtigde van de betrokkene geeft in zijn brief zelfs aan ervan op de hoogte te zijn dat geen hoger beroep mogelijk is tegen deze beslissing.
4. Voorgaande leidt tot de conclusie dat de brief van 22 april 2019 ten onrechte is aangemerkt als hoger beroepschrift. Het hof zal daarom verstaan dat geen hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter van 20 november 2018.

Beslissing

Het gerechtshof:
verstaat dat geen hoger beroep is ingesteld;
draagt de griffier van het hof op de op 24 april 2019 door de CVOM ontvangen brief ter verdere afdoening aan de officier van justitie te doen toekomen.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.