ECLI:NL:GHARL:2020:4088

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 mei 2020
Publicatiedatum
28 mei 2020
Zaaknummer
Wahv 200.220.388/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:11 APV RoermondArt. 3 WahvArt. 7:7 AwbArt. 13, tweede lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor parkeren op groenstrook naast parkeerterrein

In hoger beroep tegen een boete opgelegd voor het parkeren op een groenstrook naast een parkeerterrein, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de kantonrechter bevestigd.

De betrokkene werd beboet voor het laten staan van een voertuig op een met gras en beplanting onderhouden strook naast een parkeerterrein. De betrokkene voerde aan dat deze strook geen groenstrook was, maar een berm of zijkant van de weg, en dat het verbod niet van toepassing was.

Het hof oordeelde dat de plek waar het voertuig stond duidelijk een groenstrook was, bedoeld om de verharde parkeervakken af te bakenen. De Algemene plaatselijke verordening van Roermond verbiedt parkeren op dergelijke groenstroken. Verder werden bezwaren over de bevoegdheid van de ambtenaar en het ontbreken van bepaalde stukken verworpen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De boete voor parkeren op een groenstrook naast een parkeerterrein wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.220.388/01
CJIB-nummer
: 199257550
Uitspraak d.d.
: 28 mei 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 1 juni 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 20 augustus 2019 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 26 augustus 2019 is het proces-verbaal van de zitting van 18 mei 2017 ontvangen. Een afschrift daarvan is aan de gemachtigde en de CVOM gezonden.

Beoordeling

1. Nu zich in het dossier een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 18 mei 2017 bevindt, wordt het verweer van de gemachtigde dat dit proces-verbaal ontbreekt verworpen.
2. De gemachtigde voert verder aan dat de kantonrechter ter zake de bevoegdheid van de medewerker van de CVOM verwijst naar een arrest van het hof, waarin de situatie is bekeken en is geconcludeerd tot de bevoegdheid van de medewerker. De gemachtigde vraagt zich af of dit ook van toepassing is op de medewerker die in deze zaak heeft beslist.
3. Het hof overweegt ten aanzien van deze klacht dat in zijn algemeenheid er van mag worden uitgegaan dat een door het CJIB namens de officier van justitie verzonden beslissing op een administratief beroep bevoegd is genomen. Dat kan slechts anders zijn wanneer blijkt van concrete feiten of omstandigheden die in een individuele zaak aan de bevoegdheid doen twijfelen. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn door de gemachtigde niet gesteld, noch is daarvan gebleken.
De gemachtigde stelt zich verder op het standpunt dat het arrest waar in de beslissing van de kantonrechter naar verwezen is, de vraag ten aanzien van de ondermandaatregeling en de specifieke medewerker die op het beroep tegen de inleidende beschikking heeft beslist, niet heeft beantwoord.
4. Het hof stelt vast dat zich in het dossier een verslag telefonisch horen d.d.
6 januari 2017 bevindt. Aldus is voldaan aan het bepaalde in artikel 7:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De stelling van de gemachtigde dat het verslag met het besluit kenbaar dient te worden gemaakt, vindt geen steun in het recht (vgl. CRvB 17 maart 2010, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2010:BL8325). Ook dit verweer faalt.
5. Ten aanzien van de door de officier van justitie verstrekte stukken voert de gemachtigde aan dat de gevraagde stukken bij een opsporingsinstantie niet meer kunnen worden verkregen, terwijl de stukken wel relevant kunnen zijn om gronden te formuleren. Daarom verzoekt de gemachtigde om anders te beslissen dan voorheen.
6. Het hof stelt op basis van de stukken in het dossier vast dat gemachtigde in de administratief beroepsprocedure, naast het zaakoverzicht en eventuele foto's van de gedraging, heeft verzocht om verscheidene documenten die - kort gezegd - zien op de bevoegdheid en bekwaamheid van de betrokken medewerkers.
7. Het hof heeft reeds in meerdere zaken waarin de gemachtigde optrad overwogen dat het enkel opvragen van dergelijke documenten geen aanleiding vormt om deze stukken aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken. Het zaakoverzicht en foto’s van de gedraging zijn aan de gemachtigde toegestuurd. De officier van justitie heeft daarmee voldaan aan zijn informatieverplichting. Het verweer treft geen doel.
8. Met betrekking tot de ontbrekende bijlagen bij de beslissing van de officier van justitie, wat daar ook van zij, overweegt het hof dat de gemachtigde slechts heeft gesteld dat deze bijlagen ontbreken en hier verder geen conclusie(s) aan heeft verbonden. Het hof zal ook hieraan voorbij gaan.
9. Voor zover de gemachtigde stelt dat de kantonrechter niet op alle aangevoerde gronden is ingegaan overweegt het hof dat de kantonrechter niet gehouden is om op alle aangedragen argument expliciet en uitgebreid te reageren. Uit de beslissing blijkt voldoende dat de gevoerde verweren in de beslissing zijn betrokken. De beslissing voldoet daarmee aan het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wahv.
10. De overige bezwaren richten zich tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 90,- voor: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juni 2016 om 15.26 uur op de Burgemeester Geuljanslaan in Roermond met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
11. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter heeft overwogen dat de betrokkene heeft geparkeerd in een groenvoorziening. Dit is in de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Roermond (hierna: APV Roermond) niet verboden. Dat de groenstrook van gemeentewege is aangelegd kon de betrokkene niet weten. Het verbod is beperkt tot van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Daarnaast is volgens artikel 5:11, tweede lid, aanhef en onder a, van de APV, het verbod niet van toepassing op de weg. Uit de APV blijkt dat bij de definitie van weg wordt aangesloten bij de Wegenverkeerswet 1994. Als de betrokkene niet in de berm geparkeerd heeft, dan was het in elk geval de zijkant van de weg.
12. De onderhavige gedraging is een overtreding van artikel 5:11 de Pro APV Roermond, dat luidt:
“1. Het is verboden met een voertuig te rijden of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
2. Dit verbod is niet van toepassing:
a. op de weg;
b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;
c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.”
13. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
14. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat betrokken voertuig stilstond in een groenvoorziening. Ik zag dat het hier parkeren betrof, het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laten in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Door mij werd geruime tijd, meer dan 5 minuten, wachttijd in acht genomen. Ik zag namelijk, dat geen sprake was van het onmiddellijk in/uit laten stappen van een passagier en/of het onmiddellijk laden/lossen van goederen. Ik zag namelijk dat gedurende die wachttijd geen activiteiten waren die hierop zouden kunnen duiden. Door mij werd in het betrokken voertuig ook geen ontheffing aangetroffen voor het stilstaan c.q. parkeren in/op een groenvoorziening.”
15. Verder bevat het dossier foto’s van de gedraging. Hierop is het voertuig van de betrokkene te zien. Het staat op een stuk grasveld. Naast het gras is een rijbaan te zien. Verder bevat het dossier foto’s van de situatie ter plaatse, afkomstig van Google Maps Streetview. Hierop is te zien dat het terrein een parkeerterrein betreft. Naast een rij parkeervakken is een onderhouden strook gras te zien, van de rijbaan afgescheiden door middel van verhoogde trottoirbanden. Het gras loopt door tussen de rijen parkeervakken met daarin bomen en beplanting. Het hof begrijpt uit de foto’s van de gedraging dat het voertuig van de betrokkene naast het eerste parkeervak in het gras geparkeerd stond.
16. Naar oordeel van het hof is de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond aan te merken als een groenstrook en niet als een berm of zijkant van de weg. Voor de gemiddelde weggebruiker zal duidelijk zijn dat de wegbeheerder heeft bedoeld de verharde parkeervakken af te grenzen met gras en beplantingen. Nu de APV Roermond het laten staan van een voertuig in groenstroken verbiedt, staat vast dat de gedraging is verricht.
17. Gelet op het voorgaande zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd en het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.