ECLI:NL:GHARL:2020:413

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 januari 2020
Publicatiedatum
17 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.240.888/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 RVV 1990Art. 3, tweede lid Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor onnodig geluid veroorzaken door hard optrekken en driften

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €370 wegens het veroorzaken van onnodig geluid door hard optrekken en driften met een motorvoertuig op 8 januari 2017 in Rotterdam. De betrokkene ontkende de gedraging, stelde vragen over de snelheidmeting en verwees naar de aanwezigheid van TCS en ESP in het voertuig.

Het gerechtshof oordeelde dat het relevante wetsartikel (art. 57 RVV Pro 1990) bedoeld is om onnodig geluid te bestrijden dat het normale rijgeluid overstijgt, ongeacht of iemand overlast ervaart. De verklaring van de verbalisant en het dossier bevatten voldoende bewijs dat de betrokkene met driftende banden meerdere malen heen en weer reed en daarbij hard geluid veroorzaakte.

De aanwezigheid van TCS en ESP sluit niet uit dat onnodig geluid kan worden veroorzaakt, omdat deze systemen door de bestuurder kunnen worden uitgeschakeld. De betrokkene bracht onvoldoende tegenbewijs en het hof zag geen reden om aan de juistheid van de verklaring van de ambtenaar te twijfelen.

Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd en de boete gehandhaafd.

Uitkomst: De boete van €370 voor onnodig geluid veroorzaken door hard optrekken en driften wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.240.888/01
CJIB-nummer
: 204345352
Uitspraak d.d.
: 17 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 370,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 januari 2017 om 04.55 uur op het Rodezand in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. De verbalisant verklaart dat de betrokkene met hoge snelheid vanuit stilstand aan het optrekken was, maar de betrokkene vraagt zich af hoe de verbalisant heeft kunnen meten hoe hoog de snelheid was. De betrokkene vraagt zich voorts af waarom de banden van het voertuig toen niet driften maar later wel en wijst erop dat het voertuig is uitgerust met een tractie controle systeem (TCS) en electronic stability program (ESP).
3. De bij feitcode R522 behorende gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van Pro het RVV 1990, dat luidt:
''Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.''
4. Voornoemd artikel is bedoeld om op te kunnen treden in juist die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet, maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt. Onder onnodig geluid moet worden verstaan dat geluid dat sterker is dan het geluid dat het rijden met een naar de eisen van de tijd normaal ingericht voertuig onvermijdelijk veroorzaakt. Van onnodig geluid zal men eerst kunnen spreken zodra het veroorzaakte geluid het normale, geaccepteerde, door voertuigen veroorzaakte geluid te boven gaat. Voor de vaststelling of sprake is van onnodig geluid is niet bepalend of er iemand is die overlast heeft ondervonden van het geluid en evenmin of een bepaald geluidniveau wordt overschreden.
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: Ik zag en hoorde dat de bestuurder met driftende banden meerdere malen heen en weer reed. Ik zag dat het uitgaanspubliek hierop reageerde doordat iedereen keek. Ik hoorde een zeer hard geluid hierbij ontstaan. (…)
Verklaring betrokkene: jullie kunnen mij niets maken.”
7. In het dossier bevindt zich voorts een aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2017. De hierin opgenomen ambstedige verklaring van de ambtenaar houdt onder meer in:
“Ik zag een zwarte BMW 320D voorzien van kenteken [00-YYY-0] met hoge snelheid vanuit stilstand optrekken en hard wegrijden in de richting van de Meent te Rotterdam. Dit betreft een locatie waar veel uitgaansgelegenheden zijn en veel uitgaanspubliek rondloopt. Ik hoorde en zag dat bij het wegrijden de wielen van deze auto doorslipten en hierdoor veel herrie ontstond. Ik zag dat omstanders hierop reageerden doordat deze zich omdraaiden en naar de wegrijdende BMW keken.
Ik ben blijven staan en zag de BMW na een aantal minuten weer terug komen rijden. Ik zag dat de BMW wederom meerdere malen met driftende banden heen en weer reed over het Rodezand.”
8. De betrokkene ontkent de gedraging, maar geeft hiervoor onvoldoende argumenten. Het dossier bevat evenmin aanwijzingen dat de gegevens niet juist zijn. De mogelijke antwoorden op de vragen die de betrokkene heeft opgeworpen over het meten van de hoge snelheid en het moment waarop de banden aan het driften waren, zijn voor het vaststellen van de gedraging niet relevant, nu slechts aan de orde is het onnodig geluid veroorzaken. De omstandigheid dat het voertuig is uitgerust met TCS en ESP betekent niet dat het voertuig niet in staat is om onnodig geluid te veroorzaken, omdat dergelijke systemen door de bestuurder kunnen worden uitgeschakeld. De betrokkene heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de door de verbalisant waargenomen gedraging niet heeft kunnen plaatsvinden. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de ambtenaar dat met het voertuig onnodig geluid is veroorzaakt. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.