In deze economische strafzaak stond verdachte terecht voor het bezit en de medeplichtigheid aan professioneel vuurwerk in november 2014 te Achterveld. De rechtbank had verdachte veroordeeld voor het subsidiaire vuurwerkfeit met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, maar sprak hem vrij van het primaire feit.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld op zittingen in januari 2019 en mei 2020. De advocaat-generaal vorderde een taakstraf of hechtenis voor het subsidiaire feit, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens onvoldoende bewijs dat verdachte bewust vuurwerk voorhanden had of medeplichtig was.
Het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed om verdachte te veroordelen, mede omdat de medeverdachte was vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van beschikkingsmacht over het vuurwerk. Tevens verklaarde het hof een deel van de dagvaarding nietig wegens onduidelijkheid in de tenlastelegging. Uiteindelijk sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde hij niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen een ander feit.