Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Noord | Groningen, kantoorhoudend te Groningen, verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de GI.
1. [B] ,
[de pleegouders1],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [de minderjarige2] en [de minderjarige3], in het kader van een ondertoezichtstelling. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze uithuisplaatsing, verzoekt om vernietiging van de beschikking en terugplaatsing van de kinderen. Het hof verwijst naar eerdere beslissingen en constateert dat de oudste drie kinderen in februari 2018 uit huis zijn geplaatst vanwege vermoedens van ernstige kindermishandeling van [de minderjarige2].
Hoewel de opvoedingsvaardigheden van de moeder naar het oordeel van het hof en de gecertificeerde instelling (GI) voldoende lijken, is het noodzakelijk de lopende ouderschapsbeoordeling af te wachten om de veiligheid van de thuissituatie te beoordelen. De situatie van [de minderjarige3] is minder zorgelijk, waardoor terugplaatsing mogelijk kan zijn, mits de beoordeling positief uitvalt. Voor [de minderjarige2] bestaan ernstige zorgen vanwege blootstelling aan fors fysiek geweld en problematisch gedrag, waardoor terugplaatsing onzeker is.
Het hof weegt het belang van de veiligheid van de kinderen zwaarder dan het belang van de moeder om hen zelf te verzorgen en oordeelt dat het verblijf in pleeggezinnen dient voort te duren totdat duidelijkheid is verkregen. Tevens wordt benadrukt dat de contacten tussen moeder en kinderen geïntensiveerd en geobserveerd moeten worden om terugplaatsing mogelijk te houden. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de kinderen tot 28 februari 2020 en wijst het hoger beroep van de moeder af.