ECLI:NL:GHARL:2020:4341
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.J. Bosch
- M.C. Fuhler
- E.M.J. Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte na intrekking hoger beroep
Verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de pro forma behandeling op 23 maart 2020 werd het hoger beroep formeel behandeld. Op 25 mei 2020 trok verdachte het hoger beroep in, nadat de behandeling in hoger beroep al was aangevangen.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Omdat er nog geen inhoudelijke behandeling had plaatsgevonden en het openbaar ministerie geen verdere behandeling wenste, oordeelde het hof dat verdachte geen belang meer had bij voortzetting van het hoger beroep.
Daarom verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en werd het onderzoek in hoger beroep beëindigd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 27 mei 2020.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking daarvan.