ECLI:NL:GHARL:2020:4342
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- E.M.J. Brink
- M.C. Fuhler
- L.J. Bosch
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte na intrekking hoger beroep
Verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, maar heeft dit hoger beroep ingetrokken nadat de behandeling in hoger beroep was aangevangen. Het hof heeft het verzoek van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro in overweging genomen.
Tijdens de terechtzitting van 27 mei 2020 heeft het hof vastgesteld dat er geen belang meer bestaat bij voortzetting van het hoger beroep, zowel vanuit het oogpunt van verdachte als het openbaar ministerie. Er heeft geen inhoudelijke behandeling in hoger beroep plaatsgevonden.
Het hof heeft daarom besloten verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, conform artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en op 27 mei 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking daarvan.