ECLI:NL:GHARL:2020:4566

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juni 2020
Publicatiedatum
16 juni 2020
Zaaknummer
Wahv 200.231.790
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak gematigd

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek om proceskostenvergoeding afwees, ondanks dat de sanctie was gematigd tot €209,-. Het hof stelt vast dat de betrokkene terecht in het gelijk is gesteld door de matiging van de sanctie, waardoor er een rechtens te respecteren belang bestaat bij vergoeding van de redelijkerwijs gemaakte proceskosten.

Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten aan de betrokkene. De vergoeding wordt vastgesteld op €656,25, gebaseerd op toegekende procespunten en een wegingsfactor voor de lichte aard van de zaak.

De in hoger beroep gemaakte proceskosten worden niet vergoed, conform eerdere jurisprudentie van het hof. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting te Leeuwarden.

Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing van proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €656,25 aan de betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.231.790/01
CJIB-nummer
: 202279464
Uitspraak d.d.
: 16 juni 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 september 2017, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 209,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde klaagt in hoger beroep slechts over het afwijzen van het verzoek om proceskostenvergoeding.
2. Het hof stelt vast dat de kantonrechter het bedrag van de sanctie heeft gematigd. Aldus heeft hij de betrokkene in het gelijk gesteld. In een dergelijk geval zijn door de betrokkene terecht rechtsmiddelen aangewend in de procedure waaraan de sanctiebeschikking ten grondslag ligt zodat in de regel een rechtens te respecteren belang bestaat bij vergoeding van de redelijkerwijs gemaakte proceskosten (vergelijk rechtsoverweging 15 van het arrest van het hof van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).
3. De beslissing van de kantonrechter wordt in zoverre dan ook vernietigd.
4. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift en het beroepschrift bij de kantonrechter dienen in totaal 2 procespunten te worden toegekend. Voor het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht de voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal voor dit onderdeel van de procedure veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 656,25.
5. Gelet op wat het hof in het arrest van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) heeft overwogen, is er in dit geval geen aanleiding voor vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten.
6. Het hof komt, gelet op het hiervoor overwogene, tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 656,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen.