Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland om haar ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter te beëindigen en een gecertificeerde instelling (GI) tot voogd te benoemen. De minderjarige woont sinds 2016 niet meer bij de moeder en is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De moeder voert aan dat zij wel over de noodzakelijke opvoedvaardigheden beschikt en dat zij onvoldoende kans heeft gekregen deze te tonen, mede door communicatieproblemen met hulpinstanties.
Het hof heeft de minderjarige gehoord, die aangeeft het goed te hebben in het pleeggezin en op termijn weer bij de moeder te willen wonen onder begeleiding. Het hof neemt de gronden van de rechtbank over, dat de moeder onvoldoende opvoedvaardigheden heeft en niet binnen een aanvaardbare termijn in staat zal zijn de zorg en opvoeding te dragen. De situatie van de minderjarige is sinds haar plaatsing in het pleeggezin aanzienlijk verbeterd.
Het hof benadrukt het belang van continuïteit en duidelijkheid voor de minderjarige en bevestigt dat het beëindigen van het gezag van de moeder en het benoemen van de GI als voogd in het belang van het kind is. De omgang tussen moeder en kind moet goed worden geregeld en de moeder moet betrokken blijven bij belangrijke beslissingen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.