ECLI:NL:GHARL:2020:4638

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 juni 2020
Publicatiedatum
17 juni 2020
Zaaknummer
Wahv 200.258.463/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid, WahvArt. 24, eerste lid, aanhef en onder g, RVV 1990Art. 66, tweede lid, RVV 1990
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren zonder vergunning op vergunninghouderplaats

De betrokkene parkeerde op 28 april 2018 op een parkeerplaats bestemd voor vergunninghouders zonder geldige vergunning. Hij betaalde via een parkeerapp €0,25 en voerde aan dat er geen duidelijke borden waren die het verbod aangaven. De ambtenaar stelde vast dat de parkeerplaats was aangeduid met bord E9 en dat er geen vergunning aanwezig was in het voertuig.

De betrokkene voerde aan dat de zoneborden niet overal zichtbaar waren en dat hij geen bord E9 bij de toegangswegen had gezien. Het hof oordeelde dat het voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder de zone is ingereden van een deugdelijk bord is voorzien en dat de betrokkene niet heeft aangegeven welke route hij heeft genomen.

Verder stelde het hof dat het betalen via een parkeerapp niet betekent dat zonder vergunning op een vergunninghouderplaats mag worden geparkeerd. De parkeerapp is geen overheidsinformatie en het is mogelijk dat de betaling betrekking had op een nabijgelegen betaald parkeergebied. De betrokkene's verweer faalt en de sanctie wordt bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 voor parkeren zonder vergunning op een vergunninghouderplaats.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.258.463/01
CJIB-nummer
: 217340182
Uitspraak d.d.
: 17 juni 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 april 2018 om 10.45 uur op de Noordzeestraat in Vlissingen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat hij zijn auto heeft geparkeerd op een parkeerplaats met een letter P in het wegdek en een parkeerapp heeft aangezet. De betrokkene heeft foto’s, afdrukken van Google Maps en een betaaloverzicht bij zijn nadere toelichting gevoegd. Hij stelt zich op het standpunt dat hij gerechtigd was om ter plaatse te parkeren. Het is niet duidelijk dat alleen vergunninghouders daar mogen parkeren aangezien er geen bord staat. De betrokkene heeft geen bord E9 bij de toegangswegen gezien. De zoneborden E9 zijn niet overal zichtbaar.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daartoe aanleiding geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een middels bord E9 RVV 1990 aangeduide parkeergelegenheid welke is voorbehouden aan vergunninghouders. Ik heb geen parkeervergunning in het voertuig waargenomen. Uit navraag bij het bevoegd gezag is mij gebleken dat voor het parkeren op deze parkeergelegenheid geen vergunning is verleend.”
5. Verder bevat het dossier een proces-verbaal d.d. 27 november 2018 waarin de ambtenaar als volgt verklaart:
“Op woensdag 28 april 2018 omstreeks 10:45 bevond ik mij (…) op de Noordzeestraat te Vlissingen (…). Ik zag dat er een vierwielig motorvoertuig met kenteken [00-YY-YY] geparkeerd stond op een plaats waar een vergunning nodig was. Omdat er in bovengenoemd voertuig geen geldige vergunning aanwezig was ben ik overgegaan tot het maken van een aankondiging van een beschikking. Op alle toegangswegen naar het centrum zijn vergunninghouderzoneborden E9/E10 geplaatst. (…) Het verweer van deze betrokkene dat hij betaald heeft met de app is niet juist, je kunt daar namelijk niet met de app betalen. Ik heb de betrokkene ook diezelfde dag gesproken en de app op zijn telefoon gezien en ook aan deze betrokkene medegedeeld dat de kosten 0,25 eurocent alleen de kosten voor het aanmelden waren en niet voor de duur dat de betrokkene daar geparkeerd had.”
6. Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) luidt:
“De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.”
7. Artikel 66, tweede lid, van het RVV 1990 luidt:
“Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, geldt het verkeersbord in een gebied dat wordt begrensd door het verkeersbord en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.”
8. Bij een vergunninghouderzone als hier worden de grenzen daarvan door middel van meerdere verkeersborden aangegeven. Iedere voor motorvoertuigen openstaande toegangsweg waarlangs de zone kan worden bereikt, moet van een bord zijn voorzien. Om te kunnen vaststellen dat de gedraging, waarvoor de vaststelling dat deze heeft plaatsgehad in de desbetreffende zone van belang is, is verricht, is voldoende dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de zone is ingereden van een deugdelijk bord is voorzien.
9. In zijn arrest van 28 februari 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2020:1803, heeft het hof het volgende overwogen:
“Om te kunnen vaststellen dat de gedraging, waarvoor de vaststelling dat deze heeft plaats gehad in de bebouwde kom of in de desbetreffende zone van belang is, is verricht, is niet noodzakelijk dat de aanwezigheid van
alleborden wordt vastgesteld. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de zone is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. Dit uitgangspunt brengt mee dat een betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, moet aangeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (vgl. het arrest van het hof van 9 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:4055).”
10. De ambtenaar heeft verklaard dat op alle toegangswegen naar het centrum vergunninghouderzoneborden E9/E10 zijn geplaatst. De betrokkene heeft niet aangegeven via welke route hij het centrum is ingereden om zijn bestemming te bereiken. Bij deze stand van zaken treffen de argumenten van de betrokkene dat het niet is duidelijk dat alleen vergunninghouders op de desbetreffende plaats mogen parkeren aangezien er geen bord staat, dat de zoneborden E9 niet overal zichtbaar zijn en dat hij geen bord E9 bij de toegangswegen heeft gezien geen doel. De gedraging is verricht.
11. De betrokkene is voorts van mening dat oplegging van de sanctie niet billijk is omdat hem geen verwijt treft. Daartoe voert hij aan dat hij ervan uit mocht gaan dat hij ter plaatse (betaald) mocht parkeren. De betrokkene heeft borden gezien met P-route. Die borden suggereren betaald parkeren. Het voertuig van de betrokkene stond in een met P aangeduid parkeervak. De parkeerzuil wekte voorts de suggestie dat tegen betaling kon worden geparkeerd. De betrokkene heeft € 0,25 betaald voor het parkeren aldaar. Het is zeer aannemelijk dat er sprake is van betaald parkeren als de app werkt met het nummer van de in het zicht staande parkeerzuil.
12. Aan de omstandigheden dat de betrokkene borden met P-route heeft gezien en zijn voertuig geparkeerd heeft in een met P aangeduid parkeervak kan niet de conclusie worden verbonden dat hij ervan mocht uitgaan dat hij ter plaatse zonder vergunning mocht parkeren. Aan de letter P komt niet de betekenis toe dat zonder vergunning mag worden geparkeerd. Dat de betrokkene een parkeerzuil heeft gezien, met een app verbinding heeft gemaakt met die parkeerzuil en naar achteraf bleek € 0,25 heeft betaald maakt evenmin dat de betrokkene ervan mocht uitgaan ter plaatse zonder vergunning te mogen parkeren. De parkeerapp betreft geen van overheidswege verstrekte informatie. Bovendien valt niet uit te sluiten dat de betrokkene verbinding heeft gemaakt met de parkeerzuil die geldt voor de betaald parkeerzone die is gelegen in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd. Het verweer van de betrokkene faalt.
13. Verder voert de betrokkene aan dat hij, nadat hij een bekeuring op zijn voertuig had aangetroffen, aan een ambtenaar heeft gevraagd of zij de bekeuring had uitgeschreven. De ambtenaar heeft toen ontkennend geantwoord, terwijl later bleek dat deze ambtenaar de bekeuring wel heeft uitgeschreven. Een ambtenaar in functie mag niet liegen.
14. Ook al zou de ambtenaar in het bedoelde gesprek hebben ontkend de bekeuring te hebben uitgeschreven -het hof laat dit in het midden- dan nog betekent dit niet dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het staat de betrokkene vrij om een klacht over het gedrag van de ambtenaar in te dienen bij de daarvoor aangewezen instantie.
15. Tenslotte wil de betrokkene vernemen hoe hij het betaalde tarief van € 0,25 kan terugkrijgen. Het is niet de taak van het hof om vragen die voor de beoordeling van het geschil niet relevant zijn te beantwoorden.
16. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.