ECLI:NL:GHARL:2020:4675
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bewust voorhanden hebben stroomstootwapen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het voorhanden hebben van een stroomstootwapen in zijn auto. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege een andere bewijswaardering.
De tenlastelegging betrof het bewust voorhanden hebben van een stroomstootwapen, aangetroffen op de vloer bij de passagiersstoel in de auto van verdachte. Verdachte ontkende dat het wapen van hem was en gaf aan niet te weten hoe het in zijn auto was gekomen. Op het moment van aanhouding zat zijn broertje op de passagiersstoel.
Het hof oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te bewijzen dat verdachte het wapen met voldoende bewustheid voorhanden had en feitelijke macht over het wapen kon uitoefenen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde. Het vonnis van de politierechter en de onderliggende strafbeschikking werden vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor bewust voorhanden hebben van het stroomstootwapen.