Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over het gezag over een minderjarige, geboren in 2011 uit een ontbonden huwelijk. De vader verzocht om eenhoofdig gezag, nadat de moeder niet in staat bleek haar gezagstaken uit te oefenen. De moeder heeft een licht verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek, en is niet in staat gebleken om een stabiele opvoeder te zijn.
De ouders zijn sinds 2016 niet in staat tot de noodzakelijke communicatie voor gezamenlijk gezag, ondanks hulpverlening. De moeder leeft in een andere werkelijkheid en vertoont onvoorspelbaar gedrag, wat niet in het belang van het kind is. De GI en de raad voor de kinderbescherming steunen het verzoek van de vader.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind gediend is met eenhoofdig gezag bij de vader, omdat de moeder onmachtig is en de communicatie tussen ouders niet zal verbeteren. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank die de vader het eenhoofdig gezag toekent.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader over de minderjarige wegens onmacht van de moeder en gebrekkige communicatie.