Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
3 maart 2016, waarin de ambtenaar, voor zover relevant, het volgende verklaart:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene maakte bezwaar tegen een sanctie van €90 wegens parkeren in een parkeerverbodszone (bord E1) op 7 oktober 2015 in Gouda. Hij stelde dat de bebording niet deugdelijk was omdat hij geen zonebord E1 had gezien bij het inrijden van de wijk en dat het einde vergunninghouderzone-bord niet het einde van de parkeerverbodszone betekende.
De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de sanctie ongegrond, maar kende een proceskostenvergoeding toe. Het gerechtshof overwoog dat het niet noodzakelijk is dat op alle toegangswegen bebording aanwezig is, maar dat de route van de bestuurder moet worden aangegeven als de bebording wordt betwist. De betrokkene had dit niet gedaan.
Het hof vond de verklaring van de ambtenaar dat er op de toegangswegen deugdelijk E1-borden stonden, voldoende en oordeelde dat het missen van de bebording voor rekening van betrokkene komt. Ook werd bevestigd dat het bord einde vergunninghouderzone niet het einde van de parkeerverbodszone betekent.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de sanctie en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.