ECLI:NL:GHARL:2020:487

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
21 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.225.365/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking trajectcontrole wegens ontbreken trajectlengte in dossier

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid op een trajectcontrole op de A2 bij Vinkeveen. De betrokkene betwistte de overtreding en stelde dat de trajectlengte niet in het dossier was opgenomen, waardoor de gedraging niet kon worden vastgesteld.

Het hof overwoog dat bij trajectcontrole de gemiddelde snelheid alleen kan worden vastgesteld op basis van de tijdsduur en de trajectlengte. In dit dossier ontbrak de noodzakelijke informatie over de trajectlengte, waardoor niet kon worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden. De advocaat-generaal had geen verweer gevoerd en het dossier niet aangevuld met deze informatie.

Gelet op deze omstandigheden vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de officier van justitie. Tevens werd de proceskostenvergoeding van € 787,50 aan de betrokkene toegekend. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor snelheidsovertreding wordt vernietigd wegens ontbreken van de trajectlengte in het dossier.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.225.365/01
CJIB-nummer
: 203864027
Uitspraak d.d.
: 21 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 25 september 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel zijn van de advocaat-generaal aanvullende stukken ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de gemachtigde van de betrokkene. Van de hem geboden gelegenheid op de nadere stukken te reageren, heeft de gemachtigde geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 177,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen met 21 km/u (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 18 december 2016 om 18:30 uur op de A2 rechts (trajectcontrole) te Vinkeveen met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De gemachtigde van de betrokkene vindt dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd, omdat de wegafstand van de trajectcontrole niet uit het dossier blijkt.
3. Bij trajectcontrole kan de gemiddelde snelheid worden vastgesteld met een berekening op basis van de tijdsduur en trajectlengte (vgl. ov. 17 van het arrest van 4 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2855, gepubliceerd op rechtspraak.nl). In de onderhavige zaak ontbreekt informatie over de trajectlengte in het dossier. Zoals het hof eerder heeft geoordeeld, kan bij een betwisting van de gedraging niet worden vastgesteld dat deze is verricht als de trajectlengte niet uit het dossier blijkt (zie, onder meer, het arrest hierover van 18 december 2017, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2017:11111).
4. Het hof stelt vast dat de advocaat-generaal bij brief van 7 februari 2018 in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. De advocaat-generaal heeft daarvan afgezien en volstaan met het insturen van schouwrapporten. Voormeld arrest van 18 december 2017 was op dat moment reeds gewezen, zodat het daarin verwoorde oordeel van het hof bij de advocaat-generaal bekend mocht worden verondersteld. Desondanks is het dossier door het openbaar ministerie niet aangevuld met - voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke - informatie over de trajectafstand. Bij deze stand van zaken ziet het hof geen aanleiding de advocaat-generaal alsnog in de gelegenheid te stellen deze informatie over te leggen.
5. Het verweer slaagt. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal beslissen als hierna te melden.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de officier van justitie, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 787,50.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 787,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.