ECLI:NL:GHARL:2020:4883

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juni 2020
Publicatiedatum
26 juni 2020
Zaaknummer
21-004016-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor verduistering buitenboordmotor

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter bevestigd, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken voor verduistering van een buitenboordmotor.

Het hof oordeelde dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en nam de gronden van het vonnis over. De advocaat-generaal had in hoger beroep verzocht om vrijspraak van de primair ten laste gelegde verduistering en veroordeling voor een meer subsidiaire diefstal, maar het hof vond de verklaring van verdachte over het aantreffen van de buitenboordmotor niet ongeloofwaardig genoeg om deze terzijde te schuiven.

Het hof achtte de verduistering wettig en overtuigend bewezen, mede gelet op de waarde van de buitenboordmotor en de omstandigheden waaronder deze werd aangetroffen. De motor was kort daarvoor nog op de boot van de aangever gemonteerd, waardoor het niet aannemelijk was dat het om res nullius ging. Verdachte had bovendien verklaard de motor zelf te willen gebruiken op een eigen bootje.

Het hof vulde het bewijs aan met het proces-verbaal van aangifte en de goederenbijlage waarin de motor werd omschreven. Uiteindelijk bevestigde het hof het vonnis van de politierechter, met inachtneming van de aanvullende overwegingen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor verduistering van een buitenboordmotor.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004016-18
Uitspraak d.d.: 26 juni 2020
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 2 juli 2018 met parketnummer 16-111642-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
wonende te [woonplaats] , [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde en veroordeling van verdachte ter zake van het meer subsidiair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van drie weken. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. T. Mustafazade, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij voornoemd vonnis de verdachte ter zake van de primair ten laste gelegde verduistering veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis van de rechtbank bevestigen met overneming van die gronden. Het hof acht het daarbij noodzakelijk dat de gronden worden aangevuld, zoals hieronder weergegeven.

Aanvullende overweging

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gerekwireerd tot veroordeling wegens de in hoger beroep toegevoegde meer subsidiair ten laste gelegde diefstal. De advocaat-generaal acht de verklaring van verdachte over het aantreffen van de buitenboordmotor ongeloofwaardig.
Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verklaring van verdachte over het aantreffen van de motor niet zo ongeloofwaardig is dat deze ter zijde kan worden geschoven. Het dossier biedt hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. Dit brengt mee dat het hof – evenals de politierechter – de primair ten laste gelegde verduistering wettig en overtuigend bewezen acht. Verdachte mocht er gelet op de waarde van de buitenboordmotor, alsook de omstandigheden waaronder hij de buitenboordmotor heeft aangetroffen, niet van uitgaan dat het een ‘res nullius’ betrof. Die waarde blijkt uit hetgeen daarover uit algemene bron bekend is. Dit wordt in dit geval bevestigd door de waarde die door aangever is opgegeven. Voorts blijkt uit het dossier dat deze buitenboordmotor slechts enkele dagen voordat hij bij verdachte werd aangetroffen, nog op de boot van aangever gemonteerd zat zodat er geen aanleiding is te veronderstellen dat verdachte de motor als gedumpt schroot heeft aangetroffen, te meer niet omdat verdachte heeft verklaard deze buitenboord zelf te willen gaan gebruiken op een eigen bootje.

Aanvulling bewijsmiddelen

Het hof vult bewijsmiddel 1, zijnde een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 juni 2018, inhoudende de verklaring van aangever [aangever] , als volgt aan:
Goederenbijlage:
Goednummer: [nummer]
Categorie omschrijving: Buitenboordmotor
Merk/type: [merk]
Kleur: [kleur]
Waarde: EUR [bedrag]
Bijzonderheden: [bijzonderheden]
Eigenaar: [aangever]

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. E.M.J. Brink, voorzitter,
mr. G.A. Versteeg en mr. H.K. Elzinga, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,
en op 26 juni 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. H.K. Elzinga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.