In hoger beroep tegen een veroordeling voor diefstal van een aanhangwagen heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. Hoewel er voldoende wettig bewijs is dat de aanhangwagen is gestolen, bestaat er twijfel over de betrokkenheid van verdachte bij deze diefstal.
Verdachte werd eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens diefstal gepleegd in vereniging. Tijdens het onderzoek en de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de feiten en omstandigheden uit het dossier beoordeeld, waaronder getuigenverklaringen die verdachte in een auto betrokken bij de diefstal plaatsen.
Echter ontbreken concrete aanknopingspunten die overtuigend aantonen dat verdachte daadwerkelijk betrokken was bij het wegnemen van de aanhangwagen. Het tijdsverloop tussen de diefstal en het aantreffen van verdachte in de auto zonder aanhangwagen, alsmede de mogelijke gereden route, bieden ruimte voor de door verdachte gegeven verklaring.
Daarom oordeelt het hof dat niet overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal, en spreekt hem vrij. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en de zaak wordt opnieuw behandeld met deze uitspraak als eindbeslissing.