Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 juni 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep over een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor een minderjarige. De kinderrechter had eerder een machtiging verleend voor een periode van zes maanden, welke door de minderjarige werd bestreden. De minderjarige stelde dat de gesloten plaatsing onterecht en te lang was en dat een open setting of terugkeer naar zijn vader mogelijk was.
Het hof heeft het beroepschrift, verweerschrift en mondelinge behandeling betrokken in haar oordeel. Uit het dossier blijkt dat de minderjarige meerdere ernstige en zorgelijke (gewelds)incidenten heeft veroorzaakt, waarbij politie betrokken was. Psychologisch onderzoek toont aan dat de minderjarige gedragsproblemen vertoont die zijn ontwikkeling ernstig belemmeren. Ondanks zijn eigen stellingen en bereidheid tot medewerking, is het hof van oordeel dat de gesloten plaatsing noodzakelijk blijft om verdere escalatie te voorkomen.
Het hof concludeert dat de formele en materiële vereisten van de Jeugdwet zijn vervuld en dat de machtiging terecht is verleend. De duur van zes maanden is passend gezien de noodzaak om een verantwoorde nieuwe plaatsing, mogelijk bij de vader, voor te bereiden. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd en het beroep van de minderjarige wordt afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten jeugdhulp wordt bekrachtigd voor de duur van zes maanden.